Log in met je e-mailadres en je wachtwoord.

Gepubliceerd: 14 maart 2017

 

Aan al mijn christelijke LHBT-vrienden,

Ik wil wat met jullie delen. Gisteren ontmoette ik Dino, niet alleen moslim maar ook homo, net als jij en ik. Hij is voorzitter van Maruf, de moslimvariant van CHJC. Hij gaf een lezing over rechts populisme en de negatieve gevolgen hiervan voor queer minderheden.

In Nederland zien we steeds meer partijen die claimen voor LHBT’s op te komen, en dat gebeurt dan meestal in één adem met termen als “wij Nederlanders” en “zij moslims”. “Hier in Nederland zijn we tolerant tegenover homo’s, en de moslims komen dat bedreigen.” Hierover is veel gezegd en geschreven, in mijn studie Gender Studies gaat het er veel over en wordt het ‘homonationalisme’ genoemd. Het is problematisch om drie redenen.

Ten eerste: het creëert een blinde vlek, want het impliceert dat alle Nederlanders die geen moslim zijn sowieso homovriendelijk zijn. Dat is helaas nog lang niet het geval. Ja, we hebben het homohuwelijk in Nederland, en ja het gaat de goede kant op. Maar nu doen alsof de LHBT-emancipatie voor “wit Nederland” af is, is je neerleggen bij heel veel homohaat en discriminatie. Denk aan geweld tegen homo’s in de sportwereld, bij voetbalclubs. Denk aan christelijke stichtingen die LHBT’s willen genezen. Denk aan al die tieners die met suïcidale gedachten rondlopen. Denk aan die CHJC’er die geen contact meer heeft met zijn ouders. Wij als christen-LHBT’s moeten bij uitstek weten dat er nog een lange weg te gaan is. Als politici roepen dat het hier in Nederland allemaal zo goed geregeld is voor ons, dan geven ze niet werkelijk om ons.

Nee, dan hebben ze een heel andere agenda: tweedeling. Dat is mijn tweede punt. Deze politici geven niet om ons, ze gebruiken ons enkel om een ‘wij’ en een ‘zij’ te creëren. En om die ‘zij’, de moslims en de immigranten, buiten te sluiten. Het is zo hypocriet. Ik zie meerdere rechtse partijleiders over bescherming van homo’s praten, terwijl diezelfde partijen tegen het homohuwelijk stemden, het regenboogakkoord van COC niet ondertekenden en zelfs afwezig waren bij het COC-verkiezingsdebat.

Homonationalisme doet – ten derde – alsof alle homo’s wit zijn en alle moslims hetero en homofoob. Het ontkent de prachtige diversiteit die onze LGBT-gemeenschap rijk is. Het ontkent het bestaan van mensen als Dino: de homo die moslim is. En die net zo moslim als homo is, net zoals wij net zo christelijk als LHBT zijn. Wij kennen dat gevoel heel goed, dat je nergens echt bij hoort. In de kerk ben je ‘die homo’ die eigenlijk niet helemaal mee mag doen, in de LHBT-gemeenschap ben je ‘die rare christen’.

Na afloop van de lezing schudden Dino en ik elkaar de hand. “Dit is precies wat die rechtse politici niet willen zien, dat jij en ik elkaar de hand schudden”, zei hij. Het raakte me enorm. Ik wil wonen in een land waarin iedereen elkaar de hand wil schudden, letterlijk of figuurlijk. Waarin diversiteit wordt gevierd, waarin iedere unieke identiteit wordt erkend. Waarin Dino niet raar wordt aangekeken door homo’s als hij zegt dat hij moslim is. Waarin politici niet de emancipatie van de ene minderheid gebruiken om de emancipatie van de andere minderheid tegen te gaan. Zullen we morgen allemaal alsjeblieft kiezen voor zo’n land? Voor verbinding in plaats van angst?

Frans Blokhuis

Ik ben 23, studeer Gender Studies, fotografeer en wil de wereld rechtvaardiger maken met die talenten. Ben allergisch voor kasten en hokjes.


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 26 augustus 2016

 

Arjanne raakte geïnspireerd door een feministische preek, en roept in deze blog op tot actie. "Wellicht draag jij ook een klacht in je hart. Wat doe je daar dan mee? Blijf je er mee lopen, of ga je stoutmoedig iets doen aan de situatie?"

Afgelopen maand was ik een paar dagen op de New Wine zomerconferentie. Voor de mensen die dat niet kennen: nee, daar wordt niet heel veel wijn gedronken (tenzij je op hetzelfde veld kampeert als mijn broer :)), het is een soort opwekking light. Opwekking voor de wat orthodoxere christen.

Tijdens een van de diensten werd ik serieus geïnspireerd door de feministische preek van een voorganger uit Engeland. Het ging over de vijf dochters van een overleden vader: Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa. Hun vader had alleen dochters gekregen, geen zonen. En zoals je wellicht weet, was dat in die tijd niet best. Alleen zonen konden de familienaam doorgeven en alleen zonen konden land erven.

Dat was een situatie waar je je als vrouw gewoon bij neer te leggen had. Zo stond het in de wet, zo was de cultuur, daar kon je niets aan veranderen. Als vrouw wás je eigendom, je hád geen eigendom.

Tot deze dochters het strijdtoneel op kwamen. Zij weigerden te accepteren wat alle anderen wel accepteerden. Ze stapten naar Mozes en eisten het land van hun vader. Mozes besloot deze kwestie aan de Heer voor te leggen, wijze man als het was. Dat staat als volgt in de bijbel: ‘Mozes legde hun zaak aan de HEER voor, en de HEER zei tegen Mozes: “Selofchads dochters hebben gelijk. Je moet hun inderdaad een stuk grond in bezit geven, net als de broers van hun vader. Wat hun vader toekwam moet op hen overgaan. En zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer iemand sterft zonder een zoon na te laten, moet zijn bezit overgaan op zijn dochter.”’

Nu denk je misschien: Arjanne, inmiddels is het in Nederland best aardig geregeld qua gelijkheid tussen man en vrouw. Wat moeten we hier nog mee? Dat zal ik je vertellen.

De voorganger, waar ik inmiddels met de minuut meer fan van werd (zo vaak hoor je geen feministische preek van een blanke, heteroseksuele, mannelijke dominee), zei tegen ons: ‘Wellicht draag jij ook een klacht in je hart. Wat doe je daar dan mee? Blijf je er mee lopen, of ga je stoutmoedig (prachtig woord) iets doen aan de situatie?’

Ik dacht natuurlijk gelijk aan de situatie van homo’s in de kerk. Die ligt een beetje gelijk aan die van de vrouw toen. We horen er niet helemaal bij. We hebben niet dezelfde rechten als de hetero’s. We tellen niet helemaal mee.

Soms heb ik het gevoel dat wij als christelijke homovereniging een beetje preken voor eigen parochie. Teveel naar binnen gekeerd zijn. Laten we massaal weigeren te accepteren dat we niet geaccepteerd worden! Stoutmoedig voor verandering vechten! Doe je mee?

Arjanne

Ik ben verpleegkundige, journalist en bestuurslid van CHJC. Altijd op de vlucht voor burgerlijkheid en kan slecht tegen onrechtvaardigheid. Ik houd van: reizen, lezen en de wereld verbeteren. Dat laatste met wisselend succes.


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 12 augustus 2016

 

In deze eerste blog van onze nieuwe blogger Simon, lees je over zijn jacht naar het worsten T-shirt van de HEMA. 'De reden dat ik dat T-shirt dolgraag wilde hebben, was omdat het T-shirt van betekenis was veranderd. Het werd voor mij een symbool dat me onderscheidde van ‘de fatsoenlijke Nederlander’.'

De eerste keer dat ik het HEMA rookworsten-T-shirt zag, wist ik niet zo goed wat ik ervan moest vinden. Niet dat ik me ervoor geneerde, maar ik zag mezelf er nog niet zo snel in lopen. Ik vond de worst associatie eigenlijk zelfs een beetje irritant. Het neemt alle onschuld weg, zodat ik bijvoorbeeld niet meer ongestoord een worst kan verorberen op een barbecue. Kortom, aardig van HEMA dat ze zich inzet voor acceptatie en we gaan weer over tot de orde van de dag.

En een paar dagen later moest en zou ik dat T-shirt hebben...

Wat was er gebeurd, waarom hechtte ik opeens zoveel waarde aan dat T-shirt? De reden dat ik dat T-shirt dolgraag wilde hebben, was omdat het T-shirt van betekenis was veranderd. Het werd voor mij een symbool dat me onderscheidde van ‘de fatsoenlijke Nederlander’. De worsten die door het zelfgenoegzaam dagblad als smakeloos en tegelijkertijd ranzig bestempeld werden, verbeelden voor mij opeens een alledaags, burgerlijk ideaalbeeld waarin ik samen met anderen zonder onzekerheid er gewoon mag zijn.

Gelijk nam ik contact op met een vriendin uit Amsterdam en ik vroeg haar of ze dat T-shirt voor me kon halen. Helaas was ik rijkelijk laat, zodat ik naast het net greep. Al snel kreeg ik de hartverwarmende uitnodiging om als troost toe te treden tot de ‘sisterhood of the travelling worsten shirt’, maar dat kon helaas mijn begeerte niet bevredigen. Want ook al wist ik dat ik dit jaar niet naar de Canal Parade zou gaan, ik wilde hoe dan ook deelnemen aan het ritueel dragen van het worsten T-shirt. Iets wat niet mocht afhangen van beschikbaarheid.

Al snel besloot ik dan maar m’n eigen T-shirt te maken en ik begon in gedachten met het ontwerp. De eerste conclusie die ik trok, was dat er geen worsten op zouden komen, want ik wilde niet namaken. Daarnaast neigde het T-shirt naar het promoten van carnivorisme. Iets wat onverantwoord is, aangezien we niet de capaciteit hebben om de hele wereld iedere dag van biologisch vlees te voorzien. De vraag waarmee ik de worsten dan ging vervangen was wel moeilijk. Het moest in ieder geval ‘seksistisch’ zijn, want anders zou het T-shirt zijn hele doel missen. En dat zou zonde zijn. Maar ja, wat dan wel? Komkommers? Nop, dat is te flauw en ik houd er ook niet heel erg van. Een niet eetbaar symbool dan? Bijvoorbeeld... de Domtoren, daar wordt ik immers ook blij van. Toch leek me dat een onzalig idee. Daarnaast, twee Domtorens op één T-shirt is raar, want de Domtoren is uniek.

Maar na wat denken wist ik iets anders waar ik ook altijd blij van word. Zodra ik tijd had, begon ik dan ook met het gebruik van mijn beperkte vaardigheden op het gebied van afbeeldingen bewerken. Het resultaat zie je hierboven en ik ben er bijzonder trots op, want dit T-shirt is er één met een verhaal. Voor de één misschien een steen des aanstoots, maar voor mij ontzettend kostbaar.

Simon van der Stoel

Wie in de wereld ben ik? Ben ik op het moment van lezen nog dezelfde als op het moment van schrijven? Wat in ieder geval een constante in m’n leven is, is dat ik de wereld om me heen wil begrijpen en verbeteren. Daarnaast houd ik ervan om gewoon in het gezelschap van anderen te zijn of mezelf buiten uit te laten.


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 22 juli 2016

 

Joke gaat binnenkort trouwen, en verbaast zich over de steeds terugkomende vraag vanuit haar omgeving. 'Hoe is het zo gekomen dat het belangrijkste wat mensen van mij willen weten is of ik op mijn trouwdag een jurk aantrek? Welke afslag heb ik genomen of gemist en waarom is die vraag toch zo interessant?'

'Gaan jullie dan allebei in een jurk?'

Dit is de vraag die ik het afgelopen jaar het vaakst heb moeten beantwoorden. Denk ik. Misschien wint ‘hey, hoe is het?’ het nog nipt, maar veel zal het niet zijn. Eerst vond ik het wel grappig, maar op den duur begon het me te intrigeren. Ik vind het geloof ik niet stom ofzo, maar ik ben wat beduusd. Ik heb het geprobeerd bij te houden, volgens mij zijn het aantal mensen dat ik vertelde dat ik ga trouwen die deze vraag níet hebben gesteld op een halve hand te tellen.

Op een gegeven moment kon ik er niet meer tegen en begon aan getrouwde hetero vrouwen een tegenvraag te stellen: ‘en jij, ben jij in een jurk getrouwd?’. Dit zorgde ervoor dat veel gesprekken ineens heel ongemakkelijk (dat is Nederlands voor awkward) werden. Het kwam ook totaal niet aan, ik werd wat gek aangekeken en de vraag werd herhaald. Toen probeerde ik een tijdje: ‘weet je dat iedereen dat vraagt?’, waarop iemand heel kort met mij meedenkt over de psychologie daarachter om vervolgens dé vraag weer te herhalen. Ja maar, wat doe je nu, jurk of niet?

Ondertussen ben ik in een soort permanente staat van verbazing beland: hoe is het zo gekomen dat het belangrijkste wat mensen van mij willen weten is of ik op mijn trouwdag een jurk aantrek? Welke afslag heb ik genomen of gemist en waarom is die vraag toch zo interessant?

Ik heb inmiddels een aantal hypotheses.
1. De minderheids-hypothese. Mensen kunnen het niet zo goed verdragen als iets niet aan de heersende norm voldoet. Twee vrouwen klopt niet helemaal in het plaatje van een bruiloft. Hier zijn vervolgens twee onderverdelingen in te maken: mensen die eraan hechten dat je ondanks je lesbie-heid wel zo normaal mogelijk vrouw bent én mensen die het belangrijk vinden dat in een huwelijk wel een mannen- en een vrouwenrol is. De eerste knikt goedkeurend als er twee jurken aangetrokken worden, de tweede ziet graag een van beide in een broekpak. Ik heb deze hypothese weer moeten loslaten aangezien ook de meest vrijgevochten anti-hokjesdenkers in mijn omgeving me dé vraag ook gesteld hebben.

2. Mensen zijn beelddenkers en willen gewoon graag een plaatje kunnen maken van hoe zo’n bruiloft tussen twee vrouwen er dan uitziet. Dit is de hypothese van het exotische fenomeen. Het zijn van een exotisch fenomeen vind ik overigens erg vervreemdend, hoewel er ook vermakelijke kanten aan zijn.

3. Er is in lesbische bruiloften in de praktijk meer variatie in kleding die men aantrekt. Hoewel een hetero-bruid best een broekpak aan zou kunnen trekken, komt dat nauwelijks voor in het wild. Het is daarom bij lesbische vrouwen logischer de vraag te stellen, aangezien het antwoord daadwerkelijk meer variatie op zal leveren. Toch blijf ik me afvragen waarom iedereen (ja echt, iedereen!) dan die vraag stelt. Dat de vraag misschien inderdaad wel een soort van logisch is, betekent toch niet dat ie zo belangrijk is?

4. Sommige mensen zijn gewoon geïnteresseerd in mij en de keuzes die ik maak. Ja, dat is natuurlijk ook zo.
Met al deze hypotheses in mijn achterhoofd is het idee er bij mij ingeslopen dat ik met mijn kledingkeuze op mijn bruiloft laat zien ‘wat voor een ik er ben’. En dat is raar. Ik ben gewoon een vrouw die trouwt met een vrouw, waarvoor we allebei mooie kleren hebben gekocht.

Goed, ik weet ondertussen al dat als je op dit punt in deze blog bent aangekomen je waarschijnlijk denkt: ‘goed verhaal hoor, maareh ga je nou in een jurk of niet?’ Mijn antwoord is:

Nee, ik ga het gewoon niet zeggen ook. Je houdt je maar een beetje in.

P.S. Ik heb en wil geen kat, mocht dat je volgende vraag zijn.

Joke Drewes

Ik ben een HBO-theologe die meer van vragen dan antwoorden houdt. Geloof in hoop en liefde. Ik houd van lezen, schrijven en gezelligheid en hoop je in deze blog een beetje mee te nemen in mijn leventje!


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 15 juni 2016

 

Afgelopen zondag werden 49 mensen uit onze community wreed uit het leven gerukt in Orlando, Verenigde Staten. De schok is groot, het verdriet intens. Frans probeert woorden van troost te vinden voor dit drama in zijn nieuwe blog. 'De afgelopen dagen kwam de gay-community wereldwijd uit de kast. We waren met velen en dat voelde zo goed. Het was liefde versus angst, en hoewel de angst een flinke tik heeft uitgedeeld, blijft de liefde winnen.'

Het is zondagochtend als dertig christelijke homojongeren in een stoet van auto’s diverse Veluwse dorpen doorkruisen, op weg naar de NGK in Nunspeet. Het moet ongeveer op het moment dat we de kerk binnenliepen gebeurd zijn. Terwijl wij hartelijk welkom geheten werden en een plekje zochten, gebeurde er aan de andere kant van de oceaan iets verschrikkelijks. Een van ons omschreef het weekend als “een beetje hemel op aarde”, maar in Orlando brak de hel los. Vijftig van onze LGBT broers en zussen werden in een gayclub doodgeschoten.

Het is dinsdagavond als ik met honderden Rotterdamse LGBT’s in een kleurrijke stoet samenkom om de slachtoffers te gedenken. Dat is het mooie van de LGBT-community. Als er vijftig van ons worden neergemaaid, dan verstoppen we ons niet uit angst in een hoekje of kastje. Integendeel: we gaan met z’n allen op de barricaden. De afgelopen dagen kwam de gay-community wereldwijd uit de kast. We waren met velen en dat voelde zo goed. Het was liefde versus angst, en hoewel de angst een flinke tik heeft uitgedeeld, blijft de liefde winnen.

Ik hoop dat we dat allemaal kunnen blijven geloven. Het enige wat we dan hoeven doen is gewoon ons gezicht laten zien en er zijn. Voor elkaar, als community.

Tijdens het weekend werd mij in een wat serieuzer kringgesprek gevraagd wat voor mij het grootste voordeel is van mijn geaardheid. Ik stamelde wat, kwam niet echt uit mijn woorden. Het antwoord is me de afgelopen dagen erg helder geworden. Ik ben lid van een wereldwijde community waarin liefde centraal staat. Liefde voor iemand van hetzelfde geslacht, maar ook liefde voor elkaar, liefde voor diversiteit, voor iedereen die anders is. Afgelopen weekend was ik een beetje verliefd op alle hojo’s. Op ons, als groep.

En – geloof het of niet – precies op het moment dat we in Rotterdam onze kaarsjes aanstaken, wapperde God met zijn Regenboogvlag.

Frans Blokhuis

Ik ben 22 jaar en onlangs afgestudeerd als journalist. Ik schrijf, fotografeer en droom ervan de wereld rechtvaardiger te maken met die talenten. Dat messiascomplex zit waarschijnlijk in m’n bloed; ik kom uit een domineesgezin.


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 1 juni 2016

 

Arjanne schrijft in haar nieuwe blog over de voordelen van homo zijn. Het duurde even voor ze die zelf inzag, maar ondertussen heeft ze het 'anders' zijn omarmd. 'Ik kan me inmiddels niet meer aan de indruk onttrekken dat je daar een beter mens van wordt. Verder kijkt dan je neus lang is, empatischer voor andermans problemen, inclusiever in je denken, de hokjesgeest ontstijgt.'

Ja dat klopt, de titel van deze blog is voordelen, en dat is geen autocorrect van vooroordelen. Ik dacht: weet je wat, ik doe eens gek en schrijf een positief stukje over homo zijn.

Om je eerlijk te bekennen, heb ik lange tijd alleen maar nadelen gezien van het niet hetero zijn. Jarenlang geheimhouden wie je bent, is niet bevorderlijk voor de geestelijke gezondheid. En eenmaal uit de kast, zijn de problemen niet over. Moeizame gesprekken met medechristenen, die er nu van overtuigd zijn dat je naar de hel gaat, staan niet in mijn top 5 van plezierige vrijetijdsbestedingen.

Kortom: lange tijd was ik liever hetero geweest. Helaas was dat geen optie, want hoewel ik er nog best even van overtuigd was dat homo zijn niet echt samen kon gaan met christen zijn, realiseerde ik me ook wel dat ik hier aan vast zat. Verandering, daar heb ik nooit echt in geloofd.

Na de eerste ontkenningsfase, begon ik de voordelen van het ‘anders’ zijn in te zien. Al eerder in mijn leven was ik altijd al een beetje anders. Tijdens mijn vroege jeugd in Spanje was ik een buitenlander, tijdens mijn latere jeugd in een gesloten christelijk dorpje op de Veluwe, was ik alweer de ‘buutenlaander’. En toen ik in de wereldstad Rotterdam ging wonen, ver weg van het veilige christelijke wereldje waar ik opgroeide, was ik ‘dat christelijke meisje dat altijd met haar neus in de boeken zit’.

Oftewel: anders zijn is altijd al een beetje mijn ding geweest en inmiddels begon ik me daar best lekker bij te voelen. Normaal was ook maar saai, vond ik eigenlijk. En nu had ik dus nóg een reden van anders zijn.

Daarnaast leerde ik bij het CHJC allerlei andere mensen kennen, die in de ogen van de maatschappij ook niet helemaal normaal waren. Maar als we bij elkaar waren, was onze abnormaalheid ineens de norm en waren we dus toch even normaal. En ook dat voelt af en toe best lekker. Om nog niet te spreken van al dat begrip en al die herkenning. En last but not least: bijna stuk voor stuk waren het ontzettend leuke mensen.

Nou dat laatste, vind ik nog wel het grootste voordeel van homo zijn. Of meer, van bij een minderheidsgroepering horen. Ik kan me inmiddels niet meer aan de indruk onttrekken dat je daar een beter mens van wordt. Verder kijkt dan je neus lang is, empatischer voor andermans problemen, inclusiever in je denken, de hokjesgeest ontstijgt.

Daarnaast behoor je als lhbt’er ineens tot een wereldwijd netwerk van broeders en zusters. Ik interviewde eens een transgender sekswerker uit Zimbabwe. Halverwege het interview vertelde ik haar dat ik homoseksueel was. Haar gezicht lichtte op: ‘ah you are a sister’! Op het eerste gezicht hadden we niets gemeen, maar ineens behoorden we tot dezelfde familie. En wie wil dat nou niet, behoren tot een wereldwijde familie?

Arjanne

Ik ben verpleegkundige, journalist en bestuurslid van CHJC. Altijd op de vlucht voor burgerlijkheid en kan slecht tegen onrechtvaardigheid. Ik houd van: reizen, lezen en de wereld verbeteren. Dat laatste met wisselend succes.


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 18 mei 2016

 

Minke ging op vakantie in de lente, maar kwam in een dik pak sneeuw terecht. En dat was niet de enige verassing, ze ging ook op een onverwacht leuke date. ‘Omdat ik er niet in geloofde, ging ik onvoorbereid op pad. Met de kippenveren nog in mijn haar, ging ik naar de afspraak. Maar tegen al mijn verwachtingen in, was het onbegrijpelijk leuk.’

Vorige maand gingen we als familie op vakantie naar België. We hadden ons er in december al op verheugd en hadden een huisje met tuin uitgezocht in een prachtig natuurgebied. Mijn zus had korte broeken en shirtjes voor haar zoontje ingekocht en we waren klaar voor een weekje zon.

Een paar dagen van te voren checkten we het weerbericht. Sneeuw. Ik dacht dat het wel mee zou vallen, een beetje natte sneeuw misschien, of wat hagel, maar daarna zou het wel weer opklaren. Gelukkig had ik in een helder moment nog wat winterkleren in mijn tas gestopt. Stel je voor dat. En dat kwam mooi uit, want er lag de hele week een dik pak sneeuw. Erg vond ik het niet, want sneeuwwandelingen in het bos zijn een van mijn favoriet.

Dat er deze week sneeuw viel, was voor mij als donderslag bij heldere hemel. Iets wat ik niet verwachtte te gebeuren, gebeurde toch. Als ik het weerbericht had geloofd, had ik mij nog enigszins kunnen voorbereiden op deze koude week, maar ik geloofde er toch niet in en dus was ik onvoorbereid.

Het kwam de afgelopen maand nog een keer voor. Ik was net als toen ik op vakantie ging, behoorlijk onvoorbereid. Als jullie mijn vorige blog hebben gelezen, weten jullie dat ik inmiddels klein veehouder ben geworden. Ik heb een stuk grond gekocht, een aantal kippen en een haan en ik ben mij gaan omscholen. Inmiddels word ik elke ochtend gewekt door de haan en eet ik een vers eitje als ontbijt. Het nieuwe leven bevalt me prima en ik geniet intens van deze kakelende beestjes!

Totdat ik een poosje terug een berichtje kreeg op een datingsite. Ik geloofde er niet in, maar uit beleefdheid stuurde ik wat terug. Uiteindelijk zouden we koffie drinken, omdat mijn internet steeds wegviel. Na de koffie zou ik weer teruggaan naar mijn klein veehouderij.

Omdat ik er niet in geloofde, ging ik onvoorbereid op pad. Met de kippenveren nog in mijn haar, ging ik naar de afspraak. Maar tegen al mijn verwachtingen in, was het onbegrijpelijk leuk. En dat vond zij ook. En daar zitten we dan, te picknicken en te kletsen. De tijd vergeten. De laatste trein gemist. De kippen ondervoed. En dan ineens, hoor ik daar een donderslag bij heldere hemel, maar wat ben ik blij om die te horen.

Minke Velthuis

Ik ben eigenwijs en eet het liefst alleen pizza. Ik beheer een meidenhuis, schenk koffie in een inloophuis, pionier en schrijf blogs op letustalkaboutlove.wordpress.com. Mijn passies zijn schrijven, dromen, bier en survivallen.


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 25 mei 2016

 

In de nieuwste blog van Joke wat gedachten over fobieën. Is het wel terecht om iedereen die het niet helemaal met ons eens is een homofoob te noemen? 'Volgens mij hebben we te accepteren dat er mensen zijn die liefdevol en weloverwogen, zonder angst, afwijzend staan tegenover homorelaties.'

Pas, 17 mei, was het de dag tegen homo, bi, trans en het hele rijtje- fobie. Ik ben daar een beetje over blijven nadenken sindsdien, en bij deze wil ik graag nog iets toevoegen aan alles wat daarover gezegd is.

Dit nadenken ging verder toen iemand mij terloops vertelde dat ik een ‘transfobe’ manier van uitdrukken had gebruikt door het benoemen van een cis-vrouw als ‘vrouw’. Nu moet ik zeggen, ik kan altijd best een beetje meegaan in het politiek correcte taalgebruik in ons lgbtq(enz)- hokje maar ik vind het ook ingewikkeld. Ik kan me gewoon niet erg goed inleven in het feit dat het zo belangrijk is. Ik werk daaraan, overigens.

Enfin, wat ik dacht toen deze opmerking hoorde was dit: ‘Wow, het is zelfs een bijvoeglijk naamwoord geworden!’ Want als ik één ding ontdekt heb aan de uitbreiding van de vele woorden die mensen aan hun gender- romantische- en seksuele identiteit geven, is dat daarmee het aantal woorden waar je ‘foob’ achter kunt plakken ook explosief gestegen is. En dat vind ik toch niet helemaal netjes. Juist in onze diversiteit, waarbij we het heel belangrijk vinden dat je bent hoe je jezelf definieert, scharen we steeds meer mensen in het one-size-fits-all-hokje ‘foob’. Mensen met een fobie, een irreële angststoornis voor wat anders is dan zij.

Ik vind dat cru. Zeggen dat iedereen die het niet me je eens is bang voor je is, is voor mij een al te makkelijke manier om niet meer te hoeven luisteren. Volgens mij hebben we te accepteren dat er mensen zijn die liefdevol en weloverwogen, zonder angst, afwijzend staan tegenover homorelaties. En ja, dat wringt, ook bij mij. Ergens vind ik dat een hele bedreigende gedachte. Het vraagt heel veel van me om die mening echt te horen. Een mening die me raakt op één van mijn kwetsbaarste plekjes. Waarschijnlijk ben ik banger voor hen dan zij voor mij. En toch, laten we het proberen uit te houden met elkaar!

Joke Drewes

Ik ben een HBO-theologe die meer van vragen dan antwoorden houdt. Geloof in hoop en liefde. Ik houd van lezen, schrijven en gezelligheid en hoop je in deze blog een beetje mee te nemen in mijn leventje!


0
0
0
s2sdefault
Gepubliceerd: 11 mei 2016

 

David maakt in zijn blog de vergelijking tussen opgroeien in verschillende culturen en christenhomo zijn, waardoor je eigenlijk ook tussen twee culturen staat. 'Net als dat Third Culture Kids een stukje van verschillende landen meedragen, nemen homoseksuele christenen ook een beetje van twee werelden in zich mee, en al is dat lastig, het is toch ook ontzettend mooi om beide vast te kunnen blijven houden?'

“A third culture kid is a person who has spent a significant part of his or her developmental years outside their parents’ culture. The third culture kid builds relationships to all the cultures, while not having full ownership in any.” Ruth van Reken: Growing up Amongst Worlds.

Ik ben een Third Culture Kid (TCK).

Opgegroeid in meerdere landen tijdens mijn adolescentie, heb ik een derde cultuur gebouwd voor mezelf uit puzzelstukjes van zowel Spanje als Nederland. Dit is soms lastig want niemand, minst van al ikzelf, begrijpt helemaal hoe deze gecombineerde cultuur nou precies werkt. Af en toe is het alsof ik nergens helemaal pas, lijkt wel. Overal waar ik thuis ben ben ik eigenlijk ook buitenlander.

Homo zijn in een christelijke context is interessant genoeg erg vergelijkbaar met het derde cultuur fenomeen dat TCKs ontwikkelen. Net als dat iemand die opgroeit in verschillende landen behoort tot meer dan één cultuur en zelf een combinatie is van meerdere, zijn christelijke LHBT'ers ook deel van meer dan slechts één wereld. Aan de ene kant de christelijke, met haar unieke subcultuur. Aan de andere de LHBT-beweging, met haar eigen subcultuur. Elk van de twee heeft een eigen lingo, een eigen ethos, een eigen ideologie.

En al zijn deze twee werelden misschien op eenzelfde territorium verspreid, ze zijn compleet onafhankelijk van elkaar, en daarnaast ook nog eens vrij vijandig. De christelijke wereld huivert aan de gedachte van Pride elk jaar, heeft moeite met het accepteren van mensen die buiten de hokjes vallen en kan niet begrijpen waarom al die homo’s zo raar doen telkens. En de LHBT-wereld heeft evenveel moeite met de christenen. Ze heeft nare ervaringen gehad met wat christelijke liefde zou moeten voorstellen en probeert zich zo ver mogelijk weg te trekken van alles dat vroom en conservatief is.

Tussen deze twee ruziënde partijen, met een voet in elk kamp, staan de christelijke LHBT-ers. Aan de ene kant gebonden aan het geloof van de christelijke wereld en aan de andere kant ontegenzeggelijk niet-heteroseksueel. En geen van de twee partijen begrijpt dat helemaal.

Christenen hebben meestal nog zo veel moeite met homoseksualiteit dat ze – vaak met de beste intenties – de meest pijnlijke dingen zeggen tegen mensen die buiten het bootje vallen. Homoseksualiteit is een zonde en een taboe, besproken in geheim en schaamte en zeker niet verkondigd vanaf boten op parades. Daar bibberen de meeste christenen een klein beetje van. En vele christelijke groeperingen zijn zelfs actief tegen de rechten die ons als seksuele minderheden beschermen en kijken neer op onze relaties en identiteiten.

Maar het andere kamp, dat van de seculiere homo’s en lesbiennes, begrijpt ons ook niet helemaal. Het komt misschien iets dichterbij omdat we allemaal in dezelfde schuit zitten, vechtend voor eenzelfde doel; we voelen dezelfde pijn van verwerping en afkeer. Maar vaak begrijpt men niet waarom iemand deel zou willen zijn van een wereld die, zoals eerder benoemt, zo vaak actief meewerkt aan deze onderdrukking. Waarom willen we christelijk zijn als christenen zo homo-onvriendelijk zijn? Hebben we Stockholm syndroom ofzo? Waarom stappen we niet gewoon weg van een gemeenschap die ons onderdrukt?

Het tussenveld is eenzaam. Onbegrip en boosheid bevliegt ons van beide kanten. We staan er letterlijk tussen. Voor christenen zijn we te gay en voor de gays zijn we te christelijk.

Third Culture Kids worstelen in hun adolescentie met het idee niet te behoren in geen enkele van de werelden waar ze zijn opgegroeid. Ze worden geconfronteerd met het feit dat hun culturele identiteit niet past in één land maar ook niet in het andere. Als gevolg hierop wordt veel tijd en energie gebruikt om toch te proberen zich aan te passen aan een van de twee. Iedereen wil ergens horen, en TCKs zijn vaak jaren bezig een schoen die net niet helemaal past aan te trekken.

Als christelijke LHBT’ers maken wij een heel gelijk proces door. Aan welk veld behoren we nou? Voor welk ideaal willen we strijden? De culture-war rolt om ons heen en de druk om een kant te kiezen is hoog.

Soms passen we ons aan op de christelijke kant, in de hoop dat dat ons een gevoel van acceptatie en gemeenschap zal geven en soms laten we ons geloof los om volledig deel te kunnen zijn van de seculiere homo gemeenschap. Een derde optie, dat van in het tussenveld blijven staan, lijkt vaak niet reëel. Het is eenzaam en moeilijk, en wat we zo graag willen is gewoon ergens horen, honderd procent en helemaal. Uiteindelijk is dat het enige wat we willen: we willen passen. We willen mogen zijn.

Daarom ben ik blij dat ik CHJC heb gevonden, want zo heb ik mensen leren kennen die me hebben laten zien dat het tussenveld niet alleen mogelijk is, maar ook heel mooi kan zijn. Want net als dat TCKs een stukje van verschillende landen meedragen, nemen homoseksuele christenen ook een beetje van twee werelden in zich mee, en al is dat lastig, het is toch ook ontzettend mooi om beide vast te kunnen blijven houden? Om jezelf volledig te kunnen accepteren, te kunnen geloven in gelijke rechten voor allen en toch ook dat er een liefdevolle God bestaat die om ons geeft.

Twee totaal andere perspectieven op de wereld, die onverenigbaar zouden moeten te zijn als we de kerken en parades om ons heen geloven, komen zo samen in één persoon. En misschien is dat precies het belang van het tussenveld. Net als dat TCKs laten zien dat harmonieuze multiculturaliteit mogelijk is simpelweg door te zijn, zijn wij als christelijke LHBT-ers levend bewijs dat er verzoening mogelijk is tussen de christelijke wereld en de homo-beweging.

Immers, we bestaan.

David

Ik ben David en 19 jaar oud. Ik ben sinds juni uit de kast en kom uit een nogal, eh, enthousiast evangelische familie. Ik ben een fanatieke liefhebber van Game of Thrones, sjaals breien en tuinieren. Ook geniet ik van diep filosofische gesprekken – het liefst met mezelf – flannellen overhemden, warme avonden in het bos en koester ik een diepe passie voor mijn toekomstige echtgenoot, Jon Snow (uit Game of Thrones). Mijn ouders zijn zendelingen In Spanje en ik heb mijn halve leven in het buitenland gewoond. Ik heb een jaar in Nederland gestudeerd maar sinds kort ben ik weer bij ze gaan inwonen, en ben erg nieuwsgierig hoe het zal zijn om uit de kast te zijn in de zendingswereld.


0
0
0
s2sdefault

Colofon

© 2017 auteursrechten beschermd

CHJC vereniging van christelijke homo's lesbiennes en biseksuelen
Postbus 14722
1001 LE Amsterdam
infolijn: 06-53234516
IBAN NL55 TRIO 0197746934
t.n.v. CHJC te Goes
Geregistreerd als vereniging bij de Kamer van Koophandel onder nummer 40536702

fotoverantwoording

Volg CHJC op ...

 

web design:

Wij gebruiken 'cookies' voor navigatie en gebruiksgemak. We slaan geen data op van niet-ingelogde bezoekers.