1. Vriendschap: CHJC wil ontmoeting en vriendschap bevorderen van mensen die christelijk en homo/lesbisch/biseksueel zijn.
2. Verdieping: CHJC stimuleert de persoonlijke ontwikkeling van haar leden in maatschappelijk en religieus opzicht.
3. Volwaardigheid: CHJC bevordert de volwaardige deelname van homo’s, lesbiennes en biseksuelen in kerk en samenleving.
4. Verantwoordelijkheid: CHJC stimuleert haar leden verantwoordelijk te zijn voor elkaar en de vereniging.
5. Vertegenwoordiging: CHJC wil waar nodig een stem zijn van christelijke homo’s, lesbiennes en biseksuelen in Nederland.
6. Verscheidenheid: CHJC wil een vereniging zijn met een grote diversiteit aan leden.
7. Vrolijkheid: CHJC wil een vereniging zijn waar gezelligheid en vrolijkheid voorop staat, en waar enthousiasme gewaardeerd wordt.
Wie op een Kernwaarde klikt komt bij een bespiegeling hierover door een CHJC-lid. Doorscrollen naar beneden kan natuurlijk ook.
Dit artikel gaat over Arie’s ideeën over de V van Vriendschap. De officiële invulling hiervan is:CHJC wil ontmoeting en vriendschap bevorderen van mensen die christelijk en homo/lesbisch/biseksueel zijn. Arie legt uit waarom hij, binnen de vereniging, liever kiest voor ontmoeting dan voor vriendschap. Sinds 2003 is hij lid van CHJC en zijn levensmotto is: ‘Vier het leven, ook als er niets te vieren valt’.
Arie vindt het leuk om over de V van vriendschap te filosoferen. Hij ziet dat er aardig wat vriendschappen, tot aan exclusieve toe, zijn ontstaan binnen CHJC. Voor zijn definitie van deze boeiende kernwaarde haalt hij graag direct een filosoof aan: “Aristoteles beweerde dat een leven zonder vriendschap een verloren leven is. Ook las ik een keer over vriendschap dat waar je ook bent, het je vrienden zijn die je wereld maken.” Arie heeft geen relatie en het alleen-zijn gaat hem, dankzij zijn vrienden waarvan er meerdere net als hij alleenstaand is, dan ook goed af. ”Je vrienden draag je mee in je bestaan, je bent er door geboeid, denkt over ze na en je herkent iets van jezelf in hen. In het algemeen kan je zeggen dat je het in vriendschap goed hebt met elkaar, je voelt je er thuis bij. Ik zeg weleens dat vrienden een beetje familie van me zijn geworden.”
Als het goed is, denkt Arie, durf je in vriendschap jezelf bloot te geven. In sommige gevallen misschien nog meer dan bij familie. “Ik weet nog dat ik m’n geaardheid het eerst aan een vriend vertelde. Ik was negentien jaar en durfde het niet tegen m’n ouders te zeggen. Die vriend heeft dat toen voor mij gedaan.”
Vriendschap gaat voor Arie over het aanvaarden van de ander, met zijn of haar eigenheid en soms ook eigenaardigheden, over wederkerigheid en over attent blijven. “Je moet elkaar af en toe weten te verrassen. Als de basis van vriendschap goed is, dan weten je vrienden je te vinden als er iets is. Vriendschap is echter niet te organiseren. Naast sympathie en waardering moet er ook een klik zijn, een geheim.”
Binnen de vereniging is Arie nooit zo op zoek geweest naar sterke persoonlijke vriendschappen. Toch heeft hij er wel het geschenk van vriendschap ervaren.
“Bijna zes jaar geleden was ik op een najaarsvergadering van onze vereniging. ’s Middags nam ik deel aan een workshop coming-out. Ik kwam naast iemand te zitten, met wie ik na afloop verder in gesprek raakte. In die tijd was ik op zoek naar nieuwe woonruimte. Mijn gesprekspartner, Annie, bleek in een flat te wonen, die tegenover een flat stond waar ik regelmatig kwam. Twee vriendinnen van me woonden daar. “Mogelijk worden we nog overburen”, zei ik toen. Een van die vriendinnen ging verhuizen en ik had me ingeschreven op haar appartement, samen met nog 119 andere belangstellenden! Ik kreeg de flat toegewezen en op de dag dat ik de sleutel kreeg, lag er een kaartje in de brievenbus van Annie met daarop de tekst: ‘Welkom in de wijk en welkom in de Emmaüsgemeente’. Bij m’n verhuizing had ik me laten overschrijven van een gereformeerde PKN kerk naar een oecumenisch ingestelde gemeente, waar zij ook bij aangesloten is.” Langzamerhand ontstond er een fijne vriendschap. Geloof en homoseksualiteit zijn zaken die ons sterk verbinden.”
Als Arie de keuze moet maken tussen vriendschap of ontmoeting binnen onze vereniging, dan kiest hij voor ontmoeting. “Ik ben pas op latere leeftijd, na m’n vijftigste, lid geworden van CHJC. Ik had al een leven opgebouwd met aardig wat vriendschappen, mensen die ik op m’n werk of in de kerk had leren kennen.” Tijdens zijn coming-out heeft hij zich wel even in de subcultuur van de homowereld begeven, maar op den duur voelde hij zich daar niet meer thuis. “Ik heb daar geen vrienden aan overgehouden. Het wereldje maakte mij niet gelukkig.” Lange tijd heeft Arie zich niet meer bemoeid met de homowereld. “Het is goed om je vrienden in de heterowereld te hebben, anders wordt het leven mijns inziens wat eenzijdig ingevuld.”
Toch was Arie blij toen hij kennis maakte met CHJC. De C boeide hem. Zou het hier anders zijn dan in de reguliere homowereld? “Al snel nadat ik lid was geworden, ben ik in onze regio een gespreksgroep gestart. Het geloof, religie en spiritualiteit boeit me. Ik vind het leuk om met elkaar in gesprek te zijn over wezenlijke dingen van het leven. Voor mij is geloven iets wat steeds in ontwikkeling is: wat zeggen overgeleverde waarden in onze tijd. Nieuwe bronnen zetten één en ander misschien in een nieuw en ander licht. Orthodoxe standpunten met vaste leerstellingen kunnen een verstikkende deken over mensen leggen. Gaat het in het geloof om een leer of over het leven? En is er ook spiritualiteit buiten de traditionele kaders te vinden?”
Spiritualiteit is voor Arie ‘een open-worden voor de onuitsprekelijke grond van het bestaan. Dit onuitsprekelijke toont zich aan de grenzen van het bestaan, in existentiële ervaringen van verwondering en verbijstering, zoals in liefde of in het lijden. Die ervaringen geven toegang tot het onbegrensde, tot het geheimenis dat ons van alle kanten omgeeft.’
Het geloof is volgens Arie niet in eenvoudige zwart-wit schema’s neer te zetten. Al gauw wordt dan een waarheid geclaimd en daarmee ook het eigen gelijk. Een mooi voorbeeld van hoe geloven kan zijn is volgens hem dat van de Quakers. Dit is een kleine beweging in Nederland, maar met een grote maatschappelijke betrokkenheid. “Er zijn geen voorgangers. Jij bent het gewoon en wij zijn het samen. We hebben samen genoeg wijsheid om de ander tot steun te zijn. Iedereen heeft een stukje van God, een stukje licht in zich en daarbij moet je elkaar tot licht zijn.” Deze onderlinge verbondenheid is voor Arie belangrijk in het leven. “Het goede kan zo dwars door menselijke conventies heenlopen. Zo vind je in elke groep mensen die dat goede tot uiting willen brengen.” Arie citeert in dit verband graag Jonathan Sacks, geridderd opperrabbijn en filosoof, die zegt: “De samenleving is het huis dat we samen bouwen: christenen, joden, moslims, hindoes, atheïsten en humanisten. Beschaving geeft ruimte aan verschillen.”
Arie ervaart zelf dat verschillen aanvullend en verrijkend kunnen zijn. “Zelf heb ik vrienden van verschillend pluimage. Ze scherpen mijn gedachten en houden het gesprek gaande. Die verscheidenheid in verbondenheid binnen onze vereniging vind ik daarom ook heel boeiend.” Arie vindt het jammer dat het begrip ‘verbondenheid‘ niet tot een kernwaarde van CHJC is geworden. “Nogmaals: vriendschap is niet te organiseren, maar kan wel een vrucht worden van verbondenheid. Derhalve kies ik voor ontmoeting binnen onze vereniging.”
Arie vindt het moeilijk om te voorspellen hoe de toekomst van de V van Vriendschap er binnen onze vereniging uit zal zien. “Ik heb ook geen goed beeld van hoe één en ander zich aftekent binnen andere regio’s.” Arie ziet dat er in zijn regio Oost veel papieren leden zijn die elkaar niet kennen of ontmoeten. “Van sommigen weet je dat ze gewoon druk zijn met hun eigen leven, familie, vrienden en werk. Ook hebben we een aantal wat oudere leden die niet meer kunnen deelnemen aan activiteiten. Er lijkt in het algemeen minder behoefte te zijn aan contact.”
In Ede neemt Arie deel aan een eetclub die ongeveer één keer per maand bij elkaar komt. Daar is, naast gezelligheid, ook ruimte om over allerlei zaken met elkaar in gesprek te gaan. “Verbondenheid moet, op één of andere wijze, steeds opnieuw een kans krijgen. In het klein gebeurt dat ook. De leden krijgen op hun verjaardag altijd een kaartje toegestuurd. En we proberen activiteiten te organiseren waarin verbondenheid sterk tot uiting kan komen, zoals een nieuwjaarsbijeenkomst of een barbecue.”
Het feit dat de leden van zijn regio ver uit elkaar wonen maakt het soms ook moeilijker om contact te maken en te houden. Anderzijds speelt de tijdsgeest volgens Arie een rol. “Het verenigingsleven heeft het moeilijker in een meer geïndividualiseerde en anonieme samenleving. Ons clubblad zal daarom een belangrijke rol moeten blijven spelen als schakel in de verbondenheid met elkaar.”
Top
Jaap heeft als voormalig coördinator van de Bezinningsgroep veel affiniteit heeft met de V van Verdieping. De officiële invulling van Verdieping is:CHJC stimuleert de persoonlijke ontwikkeling van haar leden in maatschappelijk en religieus opzicht. Jaap vertelt wat Verdieping voor hem betekent en welke rol hij hierin ziet weggelegd voor CHJC.
Jaap is in 1999 lid van CHJC geworden. ”Ik kwam terug uit Mozambique waar ik drie jaar gewerkt en gewoond had en wilde graag lid worden van een christelijke vereniging voor homoseksuelen om zo andere christenhomo’s te ontmoeten. Voordat ik naar Mozambique vertrok, was ik al een tijdje lid van ContrariO. Maar daarvan waren de leden destijds voornamelijk lid van de gereformeerde kerk vrijgemaakt en daardoor voelde ik mij er, als hervormde jongen, niet helemaal thuis.” In 2005 ging Jaap een geregistreerd partnerschap aan met zijn vriend.
Verdieping betekent voor Jaap dat je je ergens letterlijk in verdiept. “Dat je studie maakt over een bepaald thema en zo je mening vormt.”
Jaap deed dit zelf tijdens zijn verblijf in Mozambique. Op zijn vrije zondagen had hij, na het uitgebreide kerkbezoek, weinig anders te doen. “Ik zat daar in ‘the middle of nowhere’, zonder radio of televisie, en met nog een hele middag om na te denken.” Hij besteedde zijn vrije tijd aan studie naar geloof en homoseksualiteit. “Ik wilde er achter komen of het echt mogelijk was om als christenhomo een relatie aan te gaan. Voor mij was dat geen uitgemaakte zaak.” Door te lezen in de bijbel, trok hij uiteindelijk de conclusie dat het wél kon. “De belangrijkste ontdekking voor mij was dat God je accepteert zoals je bent. Je hoeft voor God niet perfect te zijn.”
In Mozambique kon Jaap niet uit de kast komen. Voor de Afrikanen daar was homoseksualiteit iets wat niet bestond en met zijn Nederlandse collega’s kon hij er ook niet over praten. Hij was dan ook erg blij met de Bezinningsgroep van CHJC, toen hij weer terug was op Nederlandse bodem. Eerst bezocht hij de bijeenkomsten als deelnemer en na een paar jaar nam hij de coördinatie over.
“Aanvankelijk deed ik dat samen met nog een paar anderen, maar hiervan viel er ongeveer elk jaar eentje af.”
Op het hoogtepunt van het bestaan van de Bezinningsgroep waren er tussen de dertig en zeventig deelnemers. Eén van de middagen die Jaap het meest is bijgebleven, was een bijeenkomst die ze samen met Refo-Anders hadden georganiseerd. ”We hebben met elkaar gesproken over homoseksuele leraren op reformatorische scholen en de enkele feit constructie. Ik vond het een leerzame bijeenkomst, en kwam tot de conclusie dat het allemaal niet zo gemakkelijk is. Je kunt niet zomaar zeggen dat dit maar geslikt moet worden door reformatorische scholen. We hebben toen veel begrip voor elkaars standpunt gekregen.”
Uiteindelijk deed Jaap de coördinatie van de Bezinningsgroep alleen. Deelnemers wilden wel bijeenkomsten organiseren, maar meestal droeg Jaap de onderwerpen aan. Het deelnemersaantal liep terug. “De laatste jaren waren er soms nog maar tien tot vijftien mensen, waarmee we zo’n vier, vijf keer per jaar bij elkaar kwamen.” Toen Jaap wilde stoppen, bleek er niemand die zijn taken wilde overnemen. Ongeveer twee jaar geleden is de Bezinningsgroep dan ook gestopt te bestaan.
Jaap ziet genoeg thema’s om binnen de vereniging met elkaar over van gedachten te wisselen. “Voor mij zou verdieping moeten gaan over geloof, relaties, je plaats binnen de kerk of gemeente, maar ook over kinderwens, ouderdom, eenzaamheid, levenseinde en hoe je vorm geeft aan je leven en vrije tijd.” Hij gelooft dat er wél behoefte is aan Verdieping bij CHJC-ers. “Maar het is nu eenmaal gemakkelijker om te consumeren dan om zelf actief iets te organiseren. Het is jammer dat er geen groep meer is die zich verdiept in geloof, homoseksualiteit en andere maatschappelijke thema’s. Ik zie dat verdiepende workshops tijdens bijvoorbeeld Ontmoetingsdagen goed bezocht én gewaardeerd worden. Ik denk dat de jaarlijkse Ontmoetingsdag dan ook heel geschikt is om meer ruimte te creëren om met elkaar over dit soort thema’s na te denken.”
Jaap vraagt zich af of het mogelijk is om nieuwe manieren te vinden waarop we ons als vereniging kunnen verdiepen in of bezinnen op de thema’s die hij aandraagt. “Het zou kunnen op het forum, maar daar ben ik zelf niet actief op. En ik zie me daar ook niet actief op worden in de toekomst. Ook in UCEA zou er een aantal keer per jaar misschien over een bepaald onderwerp geschreven kunnen worden. Of zou het de meeste CHJC-ers uiteindelijk toch onverschillig laten?”
Jaap zou er erg voor zijn als CHJC samen zou gaan met ContrariO. “Ik vind dat het niet meer van deze tijd is, dat twee verenigingen van homo’s met een christelijke achtergrond apart bestaan. Binnen de kerken vallen muren steeds meer weg en daarom is het, denk ik, voor de beeldvorming beter dat er één vereniging is van christenhomo’s.”
Jaap heeft het idee dat er bij ContrariO meer aandacht is voor verdieping. “Volgens mij zijn zij meer bezig met nadenken over geloven en homoseksualiteit. Bij CHJC is de aandacht er meer op gericht om met elkaar leuke activiteiten te ondernemen. Er staan wel heel mooie dingen in onze doelstellingen, bijvoorbeeld over contacten met kerken, maar daar ziet hij niet veel van. Misschien gebeurt het wel, maar dan hoor ik er niets over.” Jaap heeft de indruk dat ContrariO meer naar buiten gericht is. “Als je deze vereniging met CHJC combineert, heb je denk ik een goede club, die de meeste christenhomo’s kan vertegenwoordigen.” Wat Jaap ook zorgen baart is, dat het binnen de vereniging hoe langer hoe moeilijker wordt om mensen te vinden die in besturen willen plaatsnemen of activiteiten willen organiseren. “Hierdoor zou het voortbestaan van de vereniging in gevaar kunnen komen.”
Jaap heeft grote bewondering voor een club als Refo-Anders. “Wat zij bereikt hebben binnen de rechterflank van de protestantse kerken is heel bijzonder. Pas las ik een artikel in het Nederlands Dagblad van een predikant die erkende dat er te weinig aandacht is voor homoseksuelen binnen de gereformeerde gemeenten. Hij stelde dat er niet aangedrongen moet worden op verandering, maar op erkenning dat je zo bent. Ik ben ervan overtuigd dat zonder Refo-Anders dit niet zo verwoord zou zijn.”
Jaap denkt dat de verschillen tussen CHJC en Refo-Anders te groot zijn om samen op te trekken. “Maar ik hoop dat onze vereniging hen van harte steunt. En ook initiatieven binnen evangelische kringen zouden onze aandacht en steun verdienen. Hier wordt er nog te vaak vanuit gegaan dat door gebed je geaardheid zal veranderen. Ook zouden we ons als vereniging kunnen bezinnen op het ondersteunen van moslimhomo’s in Nederland. Of asielzoekers. En hoe we christenhomo’s internationaal kunnen steunen. Er is echt nog veel te bereiken wat betreft homo-emancipatie, zowel nationaal als internationaal. Ik vind dat we dit niet alleen aan het COC of andere organisaties moeten overlaten.”
Top
Helma heeft een grote affiniteit met de V van Volwaardigheid. De officiële invulling hiervan is:CHJC bevordert de volwaardige deelname van homo’s, lesbiennes en biseksuelen in kerk en samenleving. Als ervaringsdeskundige, die aan den lijve heeft ervaren hoe het voelt om als niet-volwaardig burger bestempeld te worden, vertelt ze waarom zij zich inzet voor gelijkwaardigheid én het recht op verscheidenheid van ‘hlbt’s’.
Vanaf 2003 is Helma lid van CHJC. “Ik las een stuk in dagblad Trouw, mijn favoriete krant, en zag een interview met de toenmalige voorzitter van CHJC, Carolien van Dalen. Dat sprak me aan, een vereniging waar ik andere lesbische en homoseksuele mensen kon ontmoeten die ook christen zijn. Ik meldde me aan en ging meedoen met activiteiten van de vrouwengroep.”
Helma is in 2001 teruggekeerd naar Nederland na een verblijf van vijf jaar in Namibië en Brazilië. Lid worden van CHJC en gezellige dingen ondernemen was dus ook een manier om weer een beetje in te burgeren in de Nederlandse maatschappij. “Voor ik wegging uit Nederland had ik weliswaar mijn coming out beleefd, maar ik had nauwelijks lesbische of homoseksuele vriendinnen en vrienden. Ik was weleens naar een avond van het COC geweest en had ook wel meegelopen in een Pride Parade, maar ik voelde me er toch niet zo thuis. Daarom was het zo’n geweldige ontdekking dat er ook een christelijke club van homo’s en lesbiennes bestaat. Een plek waar je volwaardig én christen én lesbisch mag zijn.”
In Namibië heeft Helma ervaren wat het betekent om als niet-volwaardig lid van de samenleving te worden gezien. “De president van het land zei, dat homoseksualiteit een bedreiging was voor de democratie. Homo’s zouden het land te gronde richten, omdat ze zich laten beïnvloeden door buitenlandse ideologieën. Wat een schokkende ervaring was dat! Ineens blijkt, dat je als homo beroofd bent van je burgerrechten. In een land waar tien jaar ervoor de blanke Zuid-Afrikanen nog de dienst hadden uitgemaakt, die de zwarten niet als volwaardige burgers beschouwden, werden nu door de zwarte president homoseksuele Namibiërs als niet-volwaardig bestempeld.”
De oproep van de president had overigens vooral tot gevolg dat homoseksuele mannen en vrouwen in Namibië zich gingen organiseren. Ze lieten zich niet zomaar in een hoekje drukken en heel duidelijk werd dat ze bepaald niet beïnvloed waren door ‘buitenlanders’.
Helma heeft toen achter de schermen meegeholpen om subsidie aan te vragen. “Zo kon er een organisatie opgericht worden van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders. Die subsidie kwam inderdaad wel uit het buitenland, maar de organisatie was helemaal in handen van Namibiërs. En dat waren Namibiërs in alle kleuren. Het was een hele interessante tijd, heel mooi om zo dicht bij het opbouwen van een organisatie te staan.”
Volwaardigheid is voor Helma het tegenovergestelde van minderwaardigheid. “Ik geloof dat alle mensen gelijkwaardig zijn, daar verbind ik het begrip volwaardig dan ook mee. Jij mag er zijn zoals je bent. Of je nu wit, zwart, man, vrouw, hetero of homo, beperkt of valide bent; ieder is evenveel waard en dus volwaardig lid van de gemeenschap. Met gelijke rechten en plichten.”
Binnen de PKN-kerk waar Helma en haar partner lid van zijn, worden zij ook als volwaardige leden gezien. “Dat was voor mij een absolute voorwaarde om me er thuis te kunnen voelen. Juist omdat we beiden ‘nieuw’ zijn in onze woonplaats, komt het thema lesbisch-zijn snel ter sprake als we ons voorstellen bij het koffiedrinken na de dienst. Het is mooi om te merken dat we als volwaardige kerkleden gezien worden. Er zijn kerken waar homo’s zichzelf definiëren als iemand met een handicap.” Vreselijk vindt Helma dat. “Hoe kun je nu zoveel zelfhaat hebben?! Ik zou willen dat zo iemand zich volwaardig kerklid voelt.”
Helma hoopt dat CHJC zich in blijft spannen om homoseksualiteit ook in dergelijke kerken geaccepteerd te krijgen. “Zelf heb ik begin 2010 deelgenomen aan een gesprek met de top van de rooms-katholieke kerk. Soms lijkt de discussie over homoseksualiteit muurvast te zitten, maar ik denk dat we in sommige kerkgenootschappen en ook in de moslimgemeenschap een lange weg moeten gaan. Die weg start meestal van onderop.” Dat betekent naar Helma’s idee “dat je als lesbienne, homo, biseksueel of transgender gewoon jezelf moet zijn, jezelf niet bij voorbaat al als ‘slachtoffer’ moet gedragen, maar trots moet zijn op jezelf. Als je volwaardig mee wilt doen in deze samenleving, moet je jezelf niet verstoppen. Durf er maar voor uit te komen dat je bij de hlbt-gemeenschap hoort. En natuurlijk zul je met name in het gesprek over geloof en homoseksualiteit te maken krijgen met mensen die vinden dat homo’s maar ‘gewoon’ moeten doen, niet mogen provoceren. Ik vind dat – hoe graag ik ook achter de schermen blijf – we pal moeten blijven staan voor die bonte verzameling die we zijn als hlbt-gemeenschap.”
Helma heeft zich de afgelopen jaren wel eens geërgerd aan de vooroordelen die ze binnen onze vereniging tegen komt over de zogenaamd ‘provocerende’ homo’s van de Canal Parade. “Meestal zijn het leden die de parade alleen van de televisie kennen. Kom op zeg, als je zelf als volwaardig wilt worden beschouwd, val dan niet de leden van je eigen hlbt-gemeenschap af. De V van Volwaardigheid moet ook respect hebben voor de V van Verscheidenheid. Ik denk dat ik dat in Namibië heb geleerd. En ook nu zijn we heel bewust bezig om homoseksualiteit zichtbaar en acceptabel te maken zonder jezelf te verloochenen. Je hoeft je niet te schamen om lesbisch of homoseksueel te zijn. Denk niet te snel: Laat ik maar zo ‘gewoon’ mogelijk doen, want anders zeggen de hetero’s weer dat ‘die hlbt’s altijd zo excentriek zijn’.”
Helma wil zich vooral sterk maken voor volwaardige acceptatie van elkaar binnen de hlbt-gemeenschap. “Hoe stereotiep ook, als mensen er behoefte aan hebben zich ‘nichterig’ of ‘potterig’ te gedragen, dan moeten we dat ook accepteren en niet per se iedereen in een keurslijf dwingen. Ik ben het niet eens met mensen die zeggen: “Doe maar gewóón als homo of lesbienne, want anders word je nooit geaccepteerd en maak je het zo moeilijk voor diegenen die nog in de kast zitten.” Níemand hoeft zichzelf te verloochenen.”
Top
Marcel geeft nu zijn visie op verantwoordelijkheid. De officiële betekenis hiervan is:CHJC stimuleert haar leden verantwoordelijk te zijn voor elkaar en de vereniging. Marcel vertelt hoe hij vorm geeft aan deze zorg en toewijding.
Marcel werd in 2004 lid van CHJC. In het eerste jaar bezocht hij maar een enkele activiteit. Maar toen er op de nieuwjaarsborrel gevraagd werd wie er zitting wilden gaan nemen in het nieuw op te richten bestuur van Regio Midden, wilde hij dat meteen. “Ik merkte dat ik het leuk vond om weer activiteiten te organiseren. In het verleden ben ik jarenlang actief geweest in het scoutinggebeuren.” Marcel heeft van 2005 tot 2010 in het regiobestuur gezeten en mede daardoor heeft hij veel mensen leren kennen. “Buiten CHJC-verband zijn er veel dingen die spontaan of met enige regelmaat door leden georganiseerd worden. Zo ben ik jarenlang betrokken geweest bij een ‘Kolonisten-van-Catan-spelletjesclub’ die maandelijks bij elkaar komt en ik zit bij een leesclub van alleen maar CHJC-ers.” Ook viert Marcel al vier jaar op rij Tweede Kerstdag met een groepje CHJC-leden. En buiten de maandelijkse bijeenkomsten van zijn regio om, draaien er nog drie eetgroepen waar hij bij betrokken is. “Allemaal leuk, maar als je niet oplet, is elk weekend gevuld met CHJC-afspraken.” Het moge duidelijk zijn dat de belangrijkste reden voor Marcel om lid te zijn van CHJC de leuke contacten zijn die hij eraan overhoudt. “Leuk in de zin van het tegenkomen van ‘dubbel-gelijkgestemden’, namelijk holebi én christen. Voordat ik lid werd, kende ik vrijwel geen holebi’s die ook nog christen waren.”
Marcel denkt dat in de eerste plaats zijn ouders verantwoordelijk zijn voor wie hij geworden is. Hij heeft een deel van hun normen en waarden overgenomen. “Voor een belangrijk deel is dit positief geweest. Voor een deel ook niet, want mijn coming out had ik vrij laat. Ik was al 31 en woonde vijf jaar op mezelf voordat ik kon accepteren dat ik me meer aangetrokken voel tot iemand van mijn eigen sekse. Ik ben de jongste van vier zonen uit een christelijk gezin. Thuis hadden we het niet over gevoelens of geloofsvragen. Praten hierover stond gelijk aan ‘de vuile was buiten hangen’. ‘Problemen’ dien je op eigen kracht op te lossen. Zelf kon ik vanuit mijn geloof lange tijd niet accepteren dat ik ‘anders’ was.” Pas met de komst van het internet durfde Marcel voor het eerst, anoniem, met anderen in gesprek te gaan over het onderwerp homoseksualiteit. “Ik ben pas echt begonnen met praten over gevoelszaken, toen mijn relatie eind 2003 stuk liep. Dat was voor mij een heel heftige periode in mijn leven. Een periode met veel meer impact dan het moment waarop ik mijn coming out richting mijn familie en vrienden had. Desondanks heeft dit voorval mij wel een flink stuk verder gebracht in mijn persoonlijke ontwikkeling. Tegenwoordig sta ik weliswaar minder naïef, maar wel gelukkiger in het leven.”
Marcels besef van verantwoordelijkheid “is groter dan soms goed voor mijzelf is”. In de loop der jaren heeft hij geleerd, om eerder afstand te nemen als hij zich tè betrokken gaat voelen. “Eerder in perspectief plaatsen. Dit geldt voor situaties op mijn werk, maar ook in de familie- en vriendensfeer.”
Voor Marcel is CHJC een vereniging van mensen en maken de leden wat CHJC is. Hij ervaart dat er veel onderling contact en betrokkenheid is tussen de leden. Elk lid heeft ook een bepaalde verantwoordelijkheid. “Of het nu gaat om het landelijk bestuur of het regiobestuur, ieder lid dat betrokken wil zijn bij de vereniging, heeft de mogelijkheid om zijn of haar zegje te doen.” Dat kan zijn op een algemene ledenvergadering, via de mail of op het forum. “Hoe kort door de bocht sommige reacties ook zijn, als het regiobestuur van Midden ergens op aangesproken wordt, zullen we altijd reageren, al dan niet met een cc naar het landelijk bestuur.” Marcel vindt het niet altijd even gemakkelijk om uiting te geven aan de verantwoordelijkheid die hij als bestuurder voelt. “Zo is het de afgelopen jaren een paar keer voorgekomen, dat we leden aan moesten spreken op ontoelaatbaar gedrag richting andere leden. Dit is niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk voor het welzijn van de andere leden en aspirant-leden. Soms vind ik, dat er teveel verwacht wordt van CHJC-ers als het gaat om mensen die speciale aandacht of zorg nodig hebben. CHJC is geen professionele hulpinstantie die de expertise in huis heeft over hoe om te gaan met zulk soort situaties. En ik denk ook niet, dat we dat moeten willen.”
Het feit dat hij gekozen heeft om Jezus te volgen in zijn leven is belangrijk voor Marcel. ”Doordat ik belijdenis van mijn geloof heb afgelegd, ben ik ook meer verantwoordelijk dan iemand die dat niet gedaan heeft. Het is goed om de talenten die je ontvangen hebt, in te zetten voor kerk en samenleving. Iets doen voor je naaste komt hieruit voort.”
Marcel is een meelevend lid van de plaatselijke Nederlands Gereformeerde Kerk. Hij gaat hier wekelijkse ter kerke, draait mee in een Bijbelstudiegroep en bezoekt met een groepje gemeenteleden met enige regelmaat een theatervoorstelling. ”Helaas is de volleybalgroep wegens gebrek aan belangstelling vorig jaar opgeheven. Dus … ik ben eigenlijk nog op zoek naar een sport!”
Marcel miste de C van CHJC in het programma-aanbod van zijn regio. “Als bestuur zijn we hierover gaan nadenken en zo is de ‘C-activiteit’ ontstaan. Een jaarlijkse activiteit in het teken van bezinning en heel uiteenlopend van invulling. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld een Pesach-maaltijd gevierd. Soms nodigen we een spreker uit of kiezen we voor een spelvorm. Vast onderdeel is altijd een moment van gebed, zang en het lezen van een Bijbelgedeelte. Ook al is de landelijke Bezinningsgroep een stille dood gestorven, deze C-activiteiten worden steeds bovengemiddeld goed bezocht.” Verder bezoekt Midden jaarlijks een kerkdienst. De C is een belangrijk aspect dat volgens Marcel sowieso thuis hoort in het aanbod van activiteiten, maar dat geldt voor hem ook voor de onderdelen sport, ontspanning en expressie. “Ik ben van mening dat het een verantwoording is van het bestuur, landelijk én regionaal, dat er een gevarieerd programma geboden wordt.”
Kijkend naar het landelijk bestuur en het bestuur van zijn eigen regio vindt Marcel dat CHJC goed scoort op de V van Verantwoordelijkheid. “Maar niet elke regio heeft momenteel een bestuur. Wiens verantwoordelijkheid is dat? De rol die het landelijk bestuur hierin kan spelen is beperkt. Besturen staan of vallen met de bereidheid van leden om er zitting in te nemen.” Zelf ondervindt Marcel hoe moeilijk het is, om gemotiveerde mensen te vinden. Tegelijk ziet hij, dat er mensen zijn die wel willen besturen, maar die hiervoor niet de capaciteiten hebben. “Willen en kunnen zijn helaas niet altijd hetzelfde. Het zou fijn zijn, als er mensen opstaan die de verantwoordelijkheid aankunnen én nemen, om een regiobestuur op te zetten.” Marcel wil de lezers oproepen, om eens na te denken of ze iets of iets meer voor de vereniging kunnen betekenen. “Er zijn veel dingen om uit te kiezen bij de vraag hoe je je vrije tijd invult. Laat je keuze voor de verandering eens vaker positief uitvallen voor CHJC.
“De doelstelling van CHJC is nog steeds actueel. Het blijft de verantwoording in eerste instantie van de besturen om dit in praktijk te brengen en in tweede instantie van de leden om hierin te participeren. Ondanks de vraag naar nieuwe mensen om vrijgevallen functies op te vullen, moeten we niet vergeten, dat er al heel wat mensen tijd en energie steken in de diverse onderdelen van CHJC. In vergelijking tot andere verenigingen, doet onze club het lang zo slecht nog niet!”
Top
Ina is op het moment dat dit artikel geschreven wordt net voorzitter af en heeft dus veel ervaring met de V van Vertegenwoordiging. De officiële invulling hiervan is:CHJC wil waar nodig een stem zijn van christelijke homo’s, lesbiennes en biseksuelen in Nederland. Aan Ina de vraag hoe zij dat in de praktijk ziet. Zij is predikant van een Protestantse Gemeente, woont samen met haar partner en is sinds 2002 lid van CHJC.
“CHJC is voor mij de vereniging geweest waar ik opeens vrouwen tegenkwam die me verdacht veel aan mezelf deden denken.” Ina kende in haar sociale omgeving tot die tijd geen lesbiennes en ontdekte dat ze minder ‘uniek’ was dan ze dacht. CHJC was voor haar de plaats waar ze na haar coming out haar uitgestelde puberteit kon beleven. De afgelopen drie jaar was ze actief als voorzitter van onze vereniging. “Eén van de redenen om me in te zetten en lid te blijven is dat ik het belangrijk vind dat ook anderen binnen CHJC een veilige en aangename plaats vinden om zichzelf te zijn. Zonder dat homo- of biseksualiteit geproblematiseerd wordt. Waar mensen elkaar hartelijk feliciteren als iemand een lief heeft gevonden en niet eerst even moeten slikken vanwege familie, principes, kerk of wat dan ook.”
De V van Vertegenwoordiging betekent voor Ina zichtbaarheid. “Ik vind het belangrijk dat christelijke holebi’s zich laten zien in het publieke leven. Zo kunnen zij een ondersteuning of een rolmodel zijn. Voor iedereen die in de kast zit, die met zijn of haar coming out bezig is of die op één of andere manier worstelt met de eigen homo- of biseksualiteit. Bovendien zijn er nog teveel christenen die nog nooit een holebi hebben ontmoet. Die denken dat homo’s in hun kerk of gemeente niet voorkomen. Zij hebben vaak een veel te ‘interessant’ beeld bij holebi’s. Voor hen is het zinvol om te ontdekken dat holebi’s net zo verschillend én net zo gewoon zijn als hetero’s.” In haar eigen leven is Ina niet bewust bezig om zich als lesbienne te profileren. “Ik ben gewoon iemand die samenleeft met een vrouw (en wat voor één!). Ik verberg dat niet en ik promoot het niet: het is gewoon zo.”
Als voorzitter van CHJC was Ina drie jaar lang een heel zichtbare vertegenwoordiger van christelijke holebi’s in Nederland. We kwamen haar tegen in kranten, tijdschriften en zelfs op televisie. Ina zegt hierover: “Ik vond het belangrijk om, waar dat mogelijk was en waar ik het zinvol vond, m’n gezicht te laten zien. Of om een geluid namens CHJC te laten horen. Ik heb steeds geprobeerd een standpunt te formuleren in zaken die voorbij kwamen in de politiek en media. Altijd in overleg met andere bestuursleden. Dit was niet eenvoudig, maar ik vond wel dat wij als bestuur verplicht waren om een duidelijk standpunt in te nemen en om dit, waar mogelijk, naar buiten te brengen. Er is de laatste jaren in de media veel aandacht geweest voor onderwerpen rond homoseksualiteit. Er was dan ook alle ruimte om ons als vereniging publiekelijk te laten horen of zien.”
Toen Ina begon aan haar termijn als voorzitter, was er een uitgesproken wens vanuit de vereniging om CHJC meer te profileren in de samenleving. Het bestuur heeft er toen voor gekozen om dit een van de prioriteiten te laten zijn. Ina: “Ik denk dat we de afgelopen jaren zichtbaar zijn geweest op veel verschillende fronten. We hadden een gesprek met het moderamen van de synode van de PKN, voerden gesprekken met de ChristenUnie, met minister Plasterk en verschillende ambtenaren van OC&W. Verschillende media wisten ons te vinden, en wij hen. Contacten met andere holebiverenigingen zijn geïntensiveerd. Volgens mij biedt dit alles genoeg aanknopingspunten om verder op door te bouwen. Of het beter kan? Het kan natuurlijk altijd beter en meer, maar ik ben vooral trots op al die mensen die met hun mogelijkheden hebben gedaan en doen wat ze kunnen. Ziet iemand kansen die benut moeten worden? Laat hij of zij vooral naar voren stappen en zijn of haar diensten aanbieden.”
De C onderscheidt CHJC van algemene holebiverenigingen. Voor Ina heeft de gedeelde levensbeschouwelijke achtergrond van CHJC-ers ook steeds gezorgd voor een dubbele loyaliteit. “Enerzijds voel ik me verwant met andere holebi’s, ongeacht levensbeschouwing. Anderzijds voel ik me ook verbonden met veel mensen met een christelijke levensovertuiging. Zelf kom ik van oorsprong uit een orthodox christelijk nest. Ik weet dus hoe ingewikkeld het onderwerp homoseksualiteit daar ligt. Ik zie mensen die oprecht Gods wil proberen te doen en daardoor homoseksualiteit en geloof moeilijk kunnen rijmen. Ik herken het zoeken naar Gods wil, maar ben op een heel ander antwoord uitgekomen dan velen in de orthodox christelijke hoek.”
Die herkenning maakt dat Ina vaak de nuance heeft gezocht als naar standpunten van de vereniging werd gevraagd. “Ik heb mensen uit de orthodox christelijk hoek nooit al te hard aan willen vallen. Leiders daarentegen, dominees en anderen, die pretenderen dat hun interpretatie van de Bijbel overeenkomt met Gods wil en zo ‘gewone’ gelovigen de les voorschrijven, kunnen me lichtelijk agressief maken. Zij horen te weten dat de interpretatie van de Bijbel altijd ook mensenwerk is waar ze zelf verantwoordelijkheid voor moeten nemen, zonder zich achter God te verschuilen.”
De C heeft bepaald dat Ina heeft ingestoken op een mentaliteitsverandering. “De kracht van CHJC zit volgens mij in het vertellen van het kleine verhaal. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en de directe omgeving van iemand krijgt hier meer of minder van mee. Een belangrijke taak van CHJC is om mensen te ondersteunen in hun coming out waardoor ze weerbaarder worden en zichzelf kunnen zijn in hun eigen omgeving. Hoeveel mensen hebben hun principiële standpunt niet gewijzigd omdat ze ontdekten dat die homo, lesbo of bi in hun eigen omgeving eigenlijk behoorlijk normaal is, en net als zij hun (christelijke) leven probeert te leven. Die mentaliteitsverandering heb ik publiekelijk willen ondersteunen door genuanceerde standpunten uit te dragen.”
Drie jaar lang heeft Ina zich nadrukkelijk bezig gehouden met de belangen van christelijke holebi’s. Nu ze de hamer heeft overgedragen, wil ze haar homoseksualiteit graag gewoon weer één van haar aspecten laten zijn. “Juist in dat alledaagse kan ik mogelijk een voorbeeldfunctie hebben, die héb ik ook, maar ik zoek er niet naar.” Nu Ina weer ‘gewoon’ lid is van CHJC verandert haar invulling van Vertegenwoordiging. Toch ziet ze ook voor gewone leden een belangrijke rol weggelegd met betrekking tot deze V. “Ik zou graag zien dat meer leden binnen de vereniging de vertegenwoordiging op zich zouden nemen. Vanaf de zijlijn is het heel gemakkelijk om te roepen dat CHJC iets moet vinden in het publieke domein, maar het zou veel beter zijn als meer mensen mee zouden doen om CHJC op de kaart te zetten.”
Zelf vond Ina, als voorzitter, het handig om op het forum te kijken wat er binnen de vereniging leefde ten aanzien van bepaalde onderwerpen. Dit hielp haar om een standpunt te bepalen namens CHJC. “Helaas zijn levendige discussies daar nauwelijks te vinden op dit ogenblik. Het bestuur is daardoor nog meer op zichzelf aangewezen in de standpuntbepaling. Idealiter weten media CHJC snel te vinden als het gaat om een onderwerp waar geloof en homoseksualiteit elkaar raken. Daarvoor is in ieder geval nodig dat de vereniging zich steeds blijft bezinnen op vragen. Iedereen kan zijn of haar activiteiten binnen CHJC-verband breed op internet promoten. Iedereen kan op allerlei fora doorverwijzen naar CHJC. Iedereen kan in een ingezonden brief een positief geluid laten horen over CHJC. Officiële vertegenwoordiging moet officieel geregeld worden, maar aan niet-officiële vertegenwoordiging kan ieder lid meedoen!”
Top
Susanna, die in november 2009 het stokje overnam van onze gewezen voorzitter Ina, geeft hier haar visie op de V van Verscheidenheid. De officiële invulling hiervan is:CHJC wil een vereniging zijn met een grote diversiteit aan leden. Aan Susanna de vraag hoe zij dit ziet, binnen de vereniging en in haar eigen leven.
Susanna is lid van CHJC sinds 2004. “Mijn eerste kennismaking met CHJC was de bekende dvd-middag van VMO. Ik dacht: Hè, hè, eindelijk normale mensen. CHJC voorziet voor mij in een behoefte. De behoefte om, in mijn eigen kleurrijke verscheidenheid, echte mensen te ontmoeten. Mensen die dezelfde soort worstelingen hebben meegemaakt en aan een half woord genoeg hebben.”
Verscheidenheid is voor Susanna ‘superbelangrijk’. “Als kind had ik al een allergische reactie bij hokjes-denken. Ik wilde niet in een hokje gezet worden. Ik wilde ruimte.” Susanna ontdekt steeds meer hoe divers ze zelf is. Op een beroepentest die ze laatst deed, scoorde ze hoog op zowel analytische vaardigheden als op creativiteit, terwijl denken en creëren vaak als tegenpolen worden gezien. “Ik vond het grappig te ontdekken dat ik beide kanten in forse mate in me heb. Dat is voor mezelf wel herkenbaar: het is voor mij nooit het één of het ander. Ik hou meer van en-en. In een discussie kies ik er vaak voor om de onderbelichte kant onder de aandacht te brengen. De indruk ontstaat dan wel eens dat de onderbelichte kant mijn mening is. Dat vind ik jammer; dan word ik toch weer in een hokje geplakt.”
Susanna ziet verscheidenheid als een van de belangrijkste kenmerken van CHJC. Die diversiteit zit ‘m volgens haar zowel in het geloof als in de geaardheid van de leden. “CHJC-leden hebben een grote verscheidenheid aan kerkelijke achtergronden en geloofsovertuigingen. Van gereformeerde bond tot katholiek, van PKN tot gereformeerd vrijgemaakt. Daarnaast zijn we een vereniging van holebi’s. Qua geaardheid zijn we dus ook divers. Ik vind dat iets om trots op te zijn en te koesteren.” Susanna denkt, dat wat ons onderscheidt ons tegelijkertijd bindt. “Binnen niet-christelijke holebi-organisaties mis ik het christelijke element. En juist in de kerk kunnen we ons als holebi’s heel erg alleen voelen. Bij CHJC voel ik dat ik mijn geloof én mijn geaardheid kan delen. Dat vind ik fijn; het geeft me het gevoel er bij te horen. Acceptatie van elkaars verscheidenheid en eigenheid binnen de vereniging is, denk ik, het meest kernachtige bindmiddel. Op die manier kunnen we als vereniging een gemeenschap zijn en tegelijk aandacht en ruimte hebben voor elk individu.”
Susanna vindt dat CHJC ongelooflijk ver is wat betreft diversiteit door de biseksuelen op te nemen in haar statuten. Ze heeft het gevoel dat bi-zijn geaccepteerd is binnen CHJC, maar merkt ook dat er nog veel onbekendheid over bestaat. Bijvoorbeeld over de dilemma’s waar je tegenop kunt lopen als biseksueel. “Als ik tijdens een goed gesprek met CHJC-ers laat vallen dat er – kort gezegd – biseksuelen zijn die op een persoon vallen ongeacht het geslacht én biseksuelen die vallen op mannen en vrouwen en dus behoefte hebben aan een man én een vrouw, in welke zin dan ook, dan wordt het meestal stil. Als ik dan ook nog vertel dat ik bij die laatste groep hoor, wordt het nog ietsje stiller. Iemand vroeg me laatst: “Waarom heb je dan een relatie met een man?” Misschien omdat ik op deze man val en hij de vervulling in m’n leven is? Maar tegelijk heb ik soms het idee alsof ik door het leven ga op één been, zoals iemand op de vorige ontmoetingsdag zo mooi zei. Toch geen volledige vervulling?” Susanna realiseert zich dat het voorbeeld enigszins mank gaat, want ze voelt geen gemis in de relatie met haar partner. “Toch kijk ik wel eens stiekem uit naar de prinses op het roze paard. Maar alleen al praktische bezwaren doen me steeds besluiten het niet te willen wagen. Eén relatie is al intensief genoeg! Ze zou, bij wijze van spreken, in een tuinhuisje in de achtertuin moeten willen wonen, wil ik er alleen al aan denken.”
Susanna vraagt zich bovendien af hoe ze hier vanuit het geloof en de bijbel naar moet kijken. Twee relaties? Mag dat dan? Hoe ver reikt de zegen in: ‘Waar liefde heerst, gebiedt de Heer zijn zegen?’ Dit zijn vragen waarvan ze hoopt dat we die als vereniging willen bediscussiëren en ze voegt er meteen aan toe, dat ze de antwoorden niet weet. “Over dit soort dilemma’s praten kost tijd en is een proces. Jij vraagt me naar mijn mening over het openstellen van de vereniging voor transgenders en transseksuelen. Mijn inschatting is, dat we hier nog niet aan toe zijn. Maar als de hele vereniging nu vindt dat ik het mis heb, is dat prima. Ik zou het namelijk wel heel mooi vinden als transseksuelen en transgenders ook binnen de doelgroep van CHJC gaan vallen.”
De C van CHJC is belangrijk voor Susanna. De opdracht van Jezus om God lief te hebben en je naaste als jezelf beschouwt ze als de belangrijkste in haar leven. En niet de gemakkelijkste! In de eerste plaats al het liefhebben van jezelf. “Hoe kan ik, met mijn verscheidenheid aan gevoelens, mezelf liefhebben als dat volgens Leviticus een gruwel zou zijn? En als mijn gevoelens voor vrouwen fout zijn, ben ik zelf dan ook niet slecht? Welk recht heb ik dan om van mezelf te houden?” Susanna heeft daar in het verleden veel over nagedacht en mee geworsteld. Totdat ze de tekst las: ‘Wie veel heeft, kan ook veel geven.’ “Toen ben ik de liefde voor mezelf gaan toelaten. Als ik juist door mezelf lief te hebben, er voor anderen kan zijn, dan doe ik dat met alle liefde. Bijbelteksten hebben me dus soms aan het twijfelen gebracht, maar door de twijfel heen ook een basis gegeven om vanuit te leven. Door liefde voor mezelf toe te laten, ben ik mezelf gaan accepteren. In dat proces van acceptatie zit ik nog volop en waarschijnlijk wel m’n leven lang.”
Susanna ontdekt momenteel steeds meer dat ze zich innerlijk zowel mannelijk als vrouwelijk voelt. “In Genesis staat dat God de mens mannelijk en vrouwelijk schiep. Daar zou je uit kunnen concluderen dat elk mens mannelijke én vrouwelijke kenmerken heeft. Ik geloof er wel in dat elk mens wat betreft lichaam, seksuele gerichtheid en innerlijk een bepaalde combinatie heeft. Dat maakt mensen divers en verschillend en ik vind die verscheidenheid fascinerend.” Ze vindt het jammer dat sommige mensen die kleurrijke schakering van mensen willen terugbrengen tot de hanteerbare kaders van de heteroseksuele normen. Susanna zegt daarover: “Wees zoals je bent bedoeld en accepteer jezelf. We zijn mooi! Elk mens, beelddrager van God. Elk mens geeft in zijn eigenheid en diversiteit een stukje weer van God. Dan zijn we bij voorbaat mooi.”
Susanna vindt dat CHJC hoog scoort op de V van Verscheidenheid. In haar rol als voorzitter verwacht ze veel te kunnen doen aan het bewaken van de verscheidenheid én het benadrukken van de verbinding tussen de leden.”Als bestuur zijn we druk bezig met het nieuwe beleidsplan en hierin willen we – onder andere – de V van Verscheidenheid opnemen. Als bestuur kunnen we echter veel willen, maar zonder leden zijn we niets. Hoe meer leden actief betrokken zijn bij activiteiten, regiobesturen, pr-werkzaamheden en noem maar op, hoe meer de kleurrijke verscheidenheid van CHJC tot uiting kan komen.”
Susanna maakt zich er wel eens zorgen over hoe moeilijk het is om vrijwilligers te vinden voor regiobesturen, het landelijk bestuur en andere activiteiten. “Vaak zijn er heel begrijpelijke redenen om te bedanken voor een functie, maar willen we een kleurrijke en actieve vereniging blijven dan moeten er wel vrijwilligers blijven opstaan.” Ze ervaart het als een handicap dat ze niet alle leden kent, waardoor ze vooral mensen belt en vraagt voor functies die al bekend zijn bij het bestuur. Ze benadrukt: “Mocht je wel wat willen doen, wacht dan niet tot je persoonlijk gevraagd wordt. De oproepen in UCEA voor functies en ook deze oproep kun je beschouwen als mijn persoonlijke vraag aan jou om contact met mij op te nemen en je aan te melden voor een vrijwilligersfunctie. Er zijn nog plaatsen en functies vrij.”
Top
Ben vertelt ons wat de V van Vrolijkheid voor hem betekent. De officiële invulling hiervan is:CHJC wil een vereniging zijn waar gezelligheid en vrolijkheid voorop staat, en waar enthousiasme gewaardeerd wordt. Ben houdt zichzelf genadeloos een spiegel voor en nodigt je uit hetzelfde te doen.
Ben is medio 2005 lid geworden van CHJC. Hij leerde de vereniging kennen via iemand die lid was en die hij bij een workshop tegenkwam. “Ik ben medio 2005 lid geworden van CHJC. Ik leerde de vereniging kennen via iemand die lid was en die ik bij een workshop tegenkwam. Ik voel me bij CHJC thuis en tegelijkertijd een beetje een buitenstaander. Dat heeft denk ik iets te maken met het feit dat ik niet kerkelijk ‘angehaucht’ ben. Ik ben goed katholiek opgevoed maar heb me later laten uitschrijven, omdat ik de RK kerk als instituut verderfelijk vond.” Die mening is hij nog steeds toegedaan “om redenen die te voor de hand liggend zijn om ze hier nog eens te herhalen”.
Geloof heeft in Bens jonge jaren als volwassene geen rol van betekenis gespeeld. “Rond mijn 35e had ik enkele ervaringen die mij op het spoor van religie en vooral spiritualiteit hebben gezet. Gek genoeg heb ik altijd het idee gehad dat ik dit niet zelf heb gezocht, maar dat ‘het’ mij heeft gezocht. Ik vind het prettig om van tijd tot tijd in de omgeving te verkeren van mensen die net als ik religieus behoeftig zijn, maar ik hoef dit niet zo nodig in een kerkelijk verband te beleven. Dogmatiek staat haaks op de onderzoekende manier waarop ik in het leven sta en het staat ook haaks op mijn manier van geloven die vooral ervaringsgeoriënteerd is. Ik noem mezelf, als het beestje dan toch een naam moet hebben, gnostisch onderweg. De sfeer bij CHJC spreekt me aan, omdat ik me, ondanks mijn bijkomende afwijking op geloofsgebied, geaccepteerd voel. Je komt er gewoon veel interessante, lieve en goede mensen tegen, wat mij betreft.
Ben vindt het een grappige samenloop van omstandigheden dat de redactie voor het thema Vrolijkheid bij hem heeft aangeklopt. “Ik kan het wel snappen: het zou iemand uit de regio Zuid moeten zijn, want die regio scoorde in het ledenonderzoek van een paar jaar geleden het hoogste op deze V. Het past natuurlijk ook bij het landsdeel onder de grote rivieren: vrolijkheid hoort bij alle zonden vergeven, de praxis die vrolijk afwijkt van de leer, et cetera. Ik denk dat er ook wel een kern van waarheid in zit. De wijze waarop protestanten – ik ga even veralgemenen – in onze vereniging discussiëren is voor mij, die is opgegroeid in het Vrolijke Zuiden, soms een antropologische ervaring. Je zit erbij en kijkt ernaar alsof je voor het eerst in aanraking komt met een exotische stam. Je denkt eigenlijk maar een ding: “Mensen doe-toch-niet-zo-moeilijk! Chill-Relax-Loosen up!” Het is moeilijk om er precies de vinger op te leggen, maar ik denk dat katholieken beter in staat zijn om te relativeren, omdat ze op de een of andere manier hun eigen tekortkomingen en ‘zondigheid’ gemakkelijker kunnen accepteren. Zo’n volksadieu voor burgemeester Leers in Maastricht, spreekt in dit verband boekdelen. Dat had volgens mij boven de rivieren nooit gekund. Daar zouden mensen niet op dezelfde wijze uitlopen voor een ‘zondaar’, omdat ze de zondaar in zichzelf daarvoor zouden moeten accepteren en dan wijkt de praxis af van de theorie en dat mag gewoon niet. Ik denk dat relativeren vrolijker maakt, omdat je het leven meer accepteert zoals het is in plaats van je druk te maken over hoe het zou moeten zijn.”
Dit verschil zie je volgens Ben ook wel terug in de wijze waarop mensen met hun homoseksualiteit omgaan. “Ondanks de categorisch afwijzende houding van de RK-kerk jegens homo’s en lesbo’s vind je in deze kringen toch weinig harde problematiek waar het gaat om het accepteren van de eigen gevoelens. Ik denk dat velen gewoon opstappen en een deurtje verder gaan dan wel dat ze gewoon hun gang gaan en er het hunne van denken. Hoeveel praktiserende katholieke gays zouden er laatst bij het hostieprotest in Den Bosch aanwezig zijn geweest? Dat zou wel eens tegen kunnen vallen.
Ik ben ooit eens bij een familiedag van ContrariO geweest … en ja, ik ben me bewust dat dit een selectie van behoudende geesten is …, maar wat mij daar het meest opviel was de diepte van het conflict tussen wat is en wat zou moeten zijn. Door de innerlijke en uiterlijke ontkenning en afwijzing van de realiteit, namelijk de homoseksualiteit, ontstaat een religieuze dogmatiek die de menselijke ervaring negeert en die daardoor feitelijk anti-leven is. Ik vraag me nog altijd af hoe mensen tot een besef van goed en fout moeten komen anders dan door eigen ervaring. Het is de erkenning én acceptatie van feilbaarheid waar katholieken waarschijnlijk sterker in zijn. Misschien wel omdat het instituut zelf zo mateloos feilbaar is, zoals recentelijk weer eens blijkt met de seksschandalen binnen de RK-kerk. Feilbaarheid accepteren, is de werkelijkheid hier en nu accepteren en dat stemt hoe dan ook vrolijker en lichter.”
Wat bedoelt Ben nu precies met die “grappige samenloop van omstandigheden” waarover hij eerder sprak? Wel, hij is zelf weliswaar gepokt en gemazeld in de katholieke cultuur, maar van binnen voelt hij zich een calvinist. “Ik denk dat ik me daarom ook zo thuis voel bij CHJC. Zaken serieus nemen staat haaks op relativering. Afvinken maar: guilty! Volgende: soms moet ik glimlachen om de vurigheid en absoluutheid waarin mensen discussies aangaan, anderzijds doe ik zelf vaak niet anders. Kleinigheden worden in discussies ontdaan van hun relativering en opgeblazen tot grote onaanraakbare PRIN-CI-PES, et cetera. Ja, dan vergaat het lachen je snel. Afvinken maar weer. Aan de andere kant: ik heb ook de neiging mijn verplichtingen nogal serieus te nemen. En ook dat mag worden afgevinkt. Kortom, diep in mijn door katholicisme doordrenkte hart huist een klein maar dapper calvinistje. Het conflict tussen wat is en wat zou moeten zijn ken ik op verschillende vlakken in mijn leven. Weer een vinkje dus. Daarom is dit misschien het goede moment om mijn derde coming out te realiseren. De eerste betrof mijn homoseksualiteit toen ik 18 jaar was, de tweede betrof mijn geloof op mijn 35e en nu dus mijn derde: ‘Ik ben een ex-katholieke calvinist’. Ernst en luim, deze kant uit graag.
Vrolijkheid is voor mij geen luxeproduct, maar net als voor elke calvinist een levensvoorwaarde. Een dag niet gelachen is… enzovoorts. Zit er diepgang in vrolijkheid? Dacht het wel. Humoristen zijn vaak ernstige mensen, om niet te zeggen regelrecht zwaar op de hand. Er moet kennelijk iets gecompenseerd worden. En aangezien je van antidepressiva niet meer gaat lachen, prefereer ik alternatieve strategieën. Ik wil een strategie graag delen met mijn mede-calvinisten in de vereniging. Probeer het echt eens en kijk wat het met je doet. Ik ben beschikbaar voor feedback en vervolgconsult.”
(jezelf vrolijk maken als je even – of al heel lang – niet vrolijk bent)
Ga voor de spiegel staan en zorg dat niemand je ziet. Schenk jezelf een goedmoedige glimlach. Je ziet dat er terug wordt gelachen, maar heel voorzichtig. Probeer nu geluid erbij te maken en houd dat even vol. Het voelt in het begin wat onnatuurlijk, maar durf dat toe te staan. Soms voel je dat de bedoelde lach overgaat in een ongecontroleerde en onbedoelde lach. Dat is alleen maar prima, maar zeker niet noodzakelijk om effect te sorteren. Ga gewoon door, ook al blijf je bedoeld lachen. Je zult merken dat de persoon in de spiegel wat losser komt en nu ook vrolijk mee lacht. Vraag je vooral niet af of het gemeend is, maar onderga het gewoon. Dan is het tijd voor stap 3. Nu probeer je het welgemeende lachen met geluid om te zetten in schaterlachen. Gewoon doen. Probeer het een minuutje vol te houden en als het je niet lukt om het aaneengesloten te doen, haal dan een paar keer opnieuw adem en zet weer in. Aan de andere kant is het nu ook een dolle boel geworden. Een feestje voor twee zogezegd. Kijk jezelf na het schaterlachen nog even rustig aan en denk alleen maar: ‘ik ben toch wel een vrolijke Calvinist, ergens’. Dan beëindig je de oefening. Let de rest van de dag eens op hoe je in je vel zit. Je zult wonderen ontdekken (die bestaan echt, dat weet ik dan toevallig als katholiek weer
Ben denkt dat er bij CHJC veel ernstige mensen rondlopen. Als die aanname klopt, moet er volgens Ben ook veel vrolijkheid zijn, “want dat is nu eenmaal de noodzakelijke tegenvoeter. Uit eigen ervaring weet ik dat dit ook het geval is. In de regio Zuid bijvoorbeeld, statistisch gezien de meest vrolijke regio van CHJC, maar ook wel in andere regio’s. Het is natuurlijk helemaal niet erg dat andere regio’s net wat minder vrolijk zijn, die hebben weer andere kwaliteiten. Zo hebben ze in Zeeland zelden budgetoverschrijdingen, is er in de regio Oost veel kennis van landbouw aanwezig en kunnen ze in de regio Midden de letter ‘R’ heel mooi uitspreken. Kortom, de vereniging heeft voor elk wat wils. Voor de lezers die dit stukje tot hier hebben volgehouden en die nog op zoek zijn naar een stukje vrolijkheid heb ik tot slot dit advies: Bij Hoevelaken linksaf. Wij vieren feest, dus weg met de malaise, enzovoort … ”
Top