Log in met je e-mailadres en je wachtwoord.

 

Johan staat vlak voor een grote verandering in zijn leven, en kijkt in zijn blog terug, maar juist ook vooruit. 'Verandering brengt dan wel stress met zich mee, het geeft je ook de hoop op iets moois. Er is nog zoveel om te ontdekken.'

Mijn leven is het afgelopen jaar in een wat rustiger vaarwater gekomen. Na zo'n 30 jaar zoeken, worstelen en uitvinden, heb ik eindelijk een beetje rust gevonden. Eindelijk weet ik een klein beetje wie ik ben. Mijn leven 10 jaar geleden zag er heel anders uit dan nu. Zo zat ik (gedeeltelijk) in de kast en lag mijn focus vooral op evangelisatiewerk op straat en bij houseparty's. Wat heb ik me verstopt in al die jaren. Hoe anders is dat nu. Ik woon samen met mijn partner, heel degelijk (ik weet het), inclusief teckels, katten, een konijn en twee baby cavia's. Als je mij 10 jaar geleden had verteld dat mijn leven er zo uit zag, had ik waarschijnlijk heel hard gelachen. Toch is het voor nu de realiteit.

Ken je dat televisieprogramma 'Ik vertrek', het programma waarin mensen emigreren naar het buitenland om daar een nieuw bestaan op te bouwen? Zo heeft mijn leven er altijd een beetje uitgezien. Weinig rust en altijd op zoek naar meer of iets anders. Een voortdurende worsteling tussen ontevredenheid en de drang naar avontuur. Grappig trouwens dat deze situatie zich momenteel opnieuw voor doet. Mijn huis is recent verkocht en we vertrekken volgende maand richting de prachtige Betuwe om ons voorlopig te vestigen in een klein chaletje op een recreatiepark. Een nieuw avontuur dient zich weer aan. Een avontuur dat we samen aangaan om in rustiger vaarwater terecht te komen en ons bestaan daar verder uit te bouwen.

Het vertrek vanuit mijn huidige bestaan naar iets geheel anders. Hoe ongelofelijk spannend. Een nieuwe omgeving dient zich aan en dat vraagt mij om het oude los te laten en herinneringen mee te dragen in mijn hart. Rotterdam is toch de plek waarin ik mijzelf voor het eerst eerlijk heb aangekeken, het leven ben aangegaan en oude systemen achter me heb gelaten. Het is het vertrekpunt geweest voor een nieuw bestaan waarin ik meer dan ooit de regie had in keuzes die ik maakte. Ergens beangstigt me het wel een beetje. Hoe zal het gaan? Zal ik mij opnieuw zo thuis kunnen voelen zoals ik dat hier heb gevoeld? Ik moet je het antwoord schuldig blijven. Ik weet het niet. Ergens weet ik heus wel dat het goedkomt, maar toch blijft het spannend.

Als ik de lijn een beetje doortrek naar het grote geheel, staan we allemaal ergens op een vertrekpunt in ons leven. Het blijft een terugkerend proces. Er zijn zoveel situaties te benoemen waarin we keuzes maken en een nieuw avontuur aangaan. Wat er komt na het maken van die ene keuze weet je eigenlijk niet. De toekomst is toch altijd een beetje onbekend. Tegelijkertijd is het de manier om jezelf beter te leren kennen, andere mensen te ontmoeten en je kijk op de wereld te verbreden. Hoe beangstigend dat soms ook is, het is ook iets spannends. Verandering brengt dan wel stress met zich mee, het geeft je ook de hoop op iets moois. Er is nog zoveel om te ontdekken. Dat maakt het gehele proces absoluut de moeite waard.

Sta je op een punt in je leven dat je belangrijke keuzes gaat maken? Ik voel met je mee, net als vele anderen, want keuzes maken doen we allemaal. De uitspraak van Jezus dat een graankorrel eerst in de grond moet vallen voordat hij vrucht kan dragen, vind ik meer dan fascinerend. Ik denk dat hij daarmee bedoelde dat we vooral niet bang moeten zijn om het leven aan te gaan in al zijn facetten. Het leven aangaan, dat is juist waarvoor het leven is bedoeld, nietwaar? Daarom: geniet! Zelfs al ben je een beetje bang.

P.S. Dat chaletje is nog niet helemaal rond. Duim je met me mee? ;-)

Gepubliceerd: 6 mei 2016
Johan Verweij

Als Johan schrijft, probeert hij de wereld vrolijk en zelfbewust te maken met een tekst die raakt.


0
0
0
s2sdefault

 

Joke en haar (bijna) vrouw kunnen geen kinderen krijgen. In deze blog vraagt ze begrip voor deze situatie. 'Dat kwetsbare geheim van een nieuw leven dat ontstaat in de intimiteit van twee geliefden, zullen wij nooit kennen.'

Mijn vrouw en ik kunnen geen kinderen krijgen. Nogal logisch in jouw situatie, zal je misschien denken, maar ik hoorde deze woorden pas van een man. Achter deze woorden schuilde een diepe laag van gebeurtenissen en emoties. Ziekenhuizen, hormonen, verwachtingen en teleurstellingen. Met uiteindelijk die uitspraak. Mijn vrouw en ik kunnen geen kinderen krijgen. Het lijkt me ontzettend heftig als je dat wel heel graag wilt. Zoveel mensen om je heen die ze wel hebben, en de vragen of suggesties van mensen die niet weten dat je onvruchtbaar bent. Een verschrikkelijk feit waar je langzaam aan moet wennen om het een plaats te kunnen geven. Daarna komen misschien andere opties. Adopteren, pleegkinderen, of je leven anders en met nieuwe verwachtingen inrichten.

Mijn (bijna)vrouw en ik kunnen ook geen kinderen krijgen. Als ik met anderen hierover praat is het vaak als antwoord op de vraag: ‘gaan jullie dan ook voor kinderen?’ Als ik dan antwoord met het feit dat wij geen kinderen kunnen krijgen, word ik vaak raar aangekeken.

Maar ik merk dat ik moet verwerken dat het op de natuurlijke manier niet gaat. Ook al stond dat al vast vanaf onze eerste zoen en is er geen dokter die mij hoeft te vertellen: ‘het gaat echt niet’. We kunnen niet ‘stoppen met proberen’, want we kunnen niet eens beginnen. Dat kwetsbare geheim van een nieuw leven dat ontstaat in de intimiteit van twee geliefden, zullen wij nooit kennen. Zo eens in de zoveel tijd sta ik hier weer eens bij stil. En ik merk dat dat me zelden lukt zonder tranen.

Soms denk ik dat ik gek ben. We leven toch in 2016? Alles is toch mogelijk? Er zijn toch opties? Dat zijn zo’n beetje de opmerkingen die ik erover krijg. Ik snap het ook wel, er is van alles mogelijk. Maar vandaag wil ik heel graag een klein beetje begrip vragen voor het feit dat ik het moeilijk vind dat mijn vrouw en ik geen kinderen kunnen krijgen. En ik weet dat onze verwachtingen op dit punt veel minder hoog zijn geweest dan sommige hetero’s die onvruchtbaar blijken. Maar ik weet ook dat niemand tegen hen gelijk zal zeggen: ‘o joh, maar dat is anno 2016 toch helemaal geen probleem, dan neem je toch gewoon een donor?' En ik wil heel graag dat die opmerking ook in onze situatie best lomp is. Omdat er achter onvruchtbaarheid verdriet schuilt. Zelfs bij ons.

Gepubliceerd: 28 april 2016
Joke Drewes

Ik ben een HBO-theologe die meer van vragen dan antwoorden houdt. Geloof in hoop en liefde. Ik houd van lezen, schrijven en gezelligheid en hoop je in deze blog een beetje mee te nemen in mijn leventje!


0
0
0
s2sdefault

 

Arjanne las Tofik Dibi’s boek over zijn coming-out en de worsteling die dat kostte. Ze herkende hierin veel van haar eigen worsteling en schrijft een open brief naar een moslimhomo. ‘Net als jij heb ik jarenlang geloofd en gehoopt dat ‘het’ maar een fase was, dat als ik hard genoeg zou bidden, ‘het’ wel over zou gaan.’

Lieve moslimhomo,

Laatst las ik Tofik Dibi’s boek ‘Djinn’ over zijn worsteling met zijn seksuele geaardheid. Je hebt het vast zelf ook gelezen, al was je daar misschien niet zo open over naar je vrienden en familieleden. Bang voor moeilijke vragen, bang voor veroordelingen.

Ik wist al eerder dat moslims en christenen veel gemeen hebben, maar na dit boek realiseerde ik me pas echt hoeveel wij moslimhomo’s en christenhomo’s op elkaar lijken. We krijgen in de veroordelingen zelfs de zelfde religieuze teksten naar ons hoofd geslingerd. Ja, die over Lot ja.

Verder heb ik, net als jij, jaren ontkent dat er ‘iets mis was’ met me. Net als jij was ik jaren overtuigd dat mijn geloof en mijn geaardheid niet door één deur konden. Net als jij heb ik jarenlang geloofd en gehoopt dat ‘het’ maar een fase was, dat als ik hard genoeg zou bidden, ‘het’ wel over zou gaan.

Net als bij jou was er de grootste angst dat een familielid mijn geheim zou ontdekken. En als er dus gevraagd werd wanneer ik eens met een vriendje thuiskwam, bleef ik altijd vaag. De waarheid kwam niet over mijn lippen. De angst voor veroordeling was te groot.

Ook het koortsachtig zoeken op het internet naar andere interpretaties van de religieuze teksten die ons veroordelen ken ik maar al te goed. En de pure opluchting dat het allemaal toch niet zo zwart-wit lijkt te zijn als je altijd geleerd was.

De hoop die steeds verder groeit, dat je misschien toch niet hoeft te kiezen tussen je geaardheid en je geloof. Dat die twee misschien wel vredig naast elkaar mogen bestaan. Dat je Maker je niet veroordeeld, aan de kant zet, afwijst, maar ondanks ‘het’ toch gewoon van je houdt.

En vervolgens het daadwerkelijk uit de kast stappen. Dat, ondanks de veroordeling van sommige geloofsgenoten, toch als een bevrijding voelt. Ik weet niet of jij inmiddels al zo ver bent, want dit proces gaat bij iedereen anders. Maar laat me je dit zeggen: buiten die kastdeuren vind je andere gelovige homo’s, die je met open armen staan op te wachten. Zoek ze op, want nergens anders ben je geliefder en veiliger.

Veel liefs,

Arjanne, christenhomo.

Gepubliceerd: 6 april 2016
Arjanne

Ik ben verpleegkundige, journalist en bestuurslid van CHJC. Altijd op de vlucht voor burgerlijkheid en kan slecht tegen onrechtvaardigheid. Ik houd van: reizen, lezen en de wereld verbeteren. Dat laatste met wisselend succes.


0
0
0
s2sdefault

 

Minke verliest even de hoop vanwege alle ellende in de wereld, maar eindigt toch optimistisch. 'Maar er is ook hoop, die wordt aangewakkerd door schoonheid. Die schoonheid ontdek je in de natuur, kunst, maar naar mijn idee bovenal in de liefde. Liefde voor jezelf en voor de ander.'

Een vogel op lange poten staart haar aan. Ik doe met hem mee. Zou ze het door hebben? Ze beweegt haar lippen, terwijl ze druk aan het typen is. Alsof ze in zichzelf praat, heel zacht fluistert wat ze opschrijft. Waarschijnlijk heeft ze niet door dat Vogel en ik haar aanstaren.

En met dat ik zit te staren denk ik aan een nieuwsbericht dat ik een poosje geleden las. Strijders voor de IS moeten homo’s beroven, voordat ze naar Syrië mogen afreizen. Geld stelen, maar wel van homo’s. Het nieuws komt uit België.

Opeens komt het dichtbij. Moet ik wel open zijn over mijn geaardheid? Of zal het mij in de problemen gaan brengen? Ik voel ogen staren. Alsof mensen het door hebben. Ik weet alleen niet dat er naar mij gekeken wordt. Even voel ik mij de vrouw in de bieb. Niet wetend dat Vogel en ik haar aanstaren.

Een vriendin vraagt mij wat ik hier eigenlijk mee wil bereiken. Is mijn doel jullie als lezers angst in te blazen? Wat volgt, is een langdurend gesprek over alle ellende in deze wereld. Even verlies ik al mijn hoop. Heel het thema homoseksualiteit lijkt in het niet te vallen bij al deze ellende. En even denk ik mij er niet meer voor in te willen zetten.

Maar dan is daar het liedje van Toon Hermans dat in mijn hoofd zingt.

Wat is dan nog de zin van je bestaan?
Het is de liefde, die altijd weer zingt
Dit is een plek om lief te hebben
Een plek en een land om lief te hebben
Een land en een wereld om lief te hebben

Het leven is ellendig en we lijken met z’n allen de afgrond in te storten. Maar er is ook hoop, die wordt aangewakkerd door schoonheid. Die schoonheid ontdek je in de natuur, kunst, maar naar mijn idee bovenal in de liefde. Liefde voor jezelf en voor de ander.

De vogel blijft staren, de mensen blijven oordelen, we blijven angstig bij tijd en wijlen, maar laten we niet vergeten waar we het voor doen. We wakkeren hoop aan, door schoonheid te creëren. Want: ‘Hate cannot drive out hate, only love can do that’.

Gepubliceerd: 30 maart 2016
Minke Velthuis

Ik ben eigenwijs en eet het liefst alleen pizza. Ik beheer een meidenhuis, schenk koffie in een inloophuis, pionier en schrijf blogs op letustalkaboutlove.wordpress.com. Mijn passies zijn schrijven, dromen, bier en survivallen.


0
0
0
s2sdefault

 

David schrijft over het gebrek aan openlijke LHBT'ers in het zendelingenwereldje en hoe hij zijn eigen seksualiteit jaren onderdrukte. Nu hij uit de kast is, valt het leven in dat wereldje niet altijd mee, zeker niet nu hij gezien heeft dat het ook anders kan. "Opeens was er een groep mensen waar ik me normaal en veilig voelde. Ik hoefde niks te doen om geaccepteerd te worden. Ik hoefde slechts te zijn. Ik paste zonder mezelf te hoeven te veranderen. Na zes jaar lang aanpassen en net doen alsof was dat ontroerend."

Ik heb er nooit echt over nagedacht of er ook iemand anders homo was in mijn omgeving. Ik dacht altijd dat ik de enige was. Voor mij was het vanzelfsprekend dat alle andere mensen ‘normaal’ waren en ik als enige niet. Ik dacht niet na over de seksualiteit van anderen; ik had het druk genoeg met die van mezelf te verstoppen en onderdrukken.

En zo ben ik de middelbare doorgegaan. Tot mijn achttiende had ik nog niet eens bewust een andere homo ontmoet dan ikzelf. Pas toen ik een zomer lang in een kroegje in een klein dorpje in Wales werkte kwam ik plots andere homoseksuele mensen tegen. In slechts vier weken ontmoette ik er wel drie, en het was alsof er een wereld voor me open ging.

Op zich niet gek, natuurlijk. Er zijn nou eenmaal homo’s in deze wereld. Er zijn geen exacte statistieken, maar de meeste onderzoeken wijzen richting de 3,4%. Dat zou dus betekenen dat 1 op de 20 mensen queer zou zijn. In elke klas of elke buslading vol mensen zit op z’n minst één persoon een beetje niet-hetero is. Hoe kan het dan dat ik dit nooit gezien heb in mijn eigen omgeving?

Ik ben een zendelingenkind. Sinds mijn 9e heb ik in drie verschillende landen gewoond, ontelbaar veel zendelingen, stagiairs en vrijwilligers ontmoet en ten minste honderd verschillende kerken vanbinnen gezien. Je zou denken dat tussen die honderden mensen minstens één of twee openlijke LHBT’ers zouden zitten, maar blijkbaar is dat niet zo simpel. In al die jaren heb ik nooit een homo ontmoet die niet ‘niet undercover’ was, en al die tijd was ik er van overtuigd dat ik als enige niet paste.

Toen ik dus na die zomer in Wales in Nederland ging studeren en voor het eerst met christelijke homo’s in aanraking kwam, was ik stomverbaasd. Ik kon het bijna niet geloven. Opeens was er een groep mensen waar ik me normaal en veilig voelde. Ik hoefde niks te doen om geaccepteerd te worden. Ik hoefde slechts te zijn. Ik paste zonder mezelf te hoeven te veranderen. Na zes jaar lang aanpassen en net doen alsof was dat ontroerend.

En nu ik weer een tijdje terug ben bij mijn familie in de zendingswereld en zelf niet langer undercover meer ben realiseer ik me dat die acceptatie verslavend was. Ik verwacht meer van mensen dan tevoren en ben niet langer tevreden met ‘ik hou van je, maar...’. Ik heb nieuw zelfrespect opgedaan en niet langer geduld meer voor addertjes onder het gras.

En dat komt soms heel ongelukkig uit, moet ik toegeven, want er is nog weinig ruimte voor dit soort acceptatie in het evangelische zendelingenwereldje. Als ik mijn ervaringen als homo probeer te delen met collega’s van mijn ouders, bijvoorbeeld, loop ik tegen een muur aan. Niks komt binnen, en reacties zijn abstract en theoretisch, waar uitdrukkingen als ‘rebellie tegen Gods natuurlijke orde’, ‘gebrokenheid’ en ‘idolatrie’ vaak in terugkomen. Er word natuurlijk ook gezegd dat ik blijkbaar wel geaccepteerd word als persoon ondanks dit 'meningsverschil', en dit is oprecht bedoelt. Maar het is jammer dat er niet ingezien wordt hoe paradoxaal deze twee uitspraken zijn. Zulke gesprekken zijn ontzettend frustrerend. En verdrietig. En ook een beetje eenzaam.

Maar dan denk ik aan die 3,4%.

Ondanks hoe somber het soms lijkt en eenzaam het soms voelt, ik ben niet alleen. Er zijn overal homo’s; vaak waar je ze het minst verwacht. In de supermarkt, op straat en zelfs in de kerken. Ze zijn vaak undercover maar ze zijn er wel. Overal. En ook al zie ik niet, er zijn meer mensen die ook niet in de vakjes passen.

Ik ken nu gelukkig genoeg mensen die me wel accepteren om me door de mindere dagen te helpen. Het voelt soms misschien weer alsof ik terug ben in de kast maar niet alleen mijn vrienden zijn nu anders; ikzelf ben ook ontzettend veranderd. Het feit dat ik me in mijn oude thuisomgeving nu zo alleen voel is daar bewijs van.

En dit is ook niet voor eeuwig; over enkele maanden kan weer naar Nederland waar ik mensen ken die geen probleem hebben met mijn seksualiteit.
Tot dan hoef ik alleen maar, met Skype, Facebook en email aan mijn zijde, een poosje geduld te hebben.

Gepubliceerd: 23 maart 2016
David

Ik ben David en 19 jaar oud. Ik ben sinds juni uit de kast en kom uit een nogal, eh, enthousiast evangelische familie. Ik ben een fanatieke liefhebber van Game of Thrones, sjaals breien en tuinieren. Ook geniet ik van diep filosofische gesprekken – het liefst met mezelf – flannellen overhemden, warme avonden in het bos en koester ik een diepe passie voor mijn toekomstige echtgenoot, Jon Snow (uit Game of Thrones). Mijn ouders zijn zendelingen In Spanje en ik heb mijn halve leven in het buitenland gewoond. Ik heb een jaar in Nederland gestudeerd maar sinds een paar weken geleden ben ik weer bij ze gaan inwonen, en ben erg nieuwsgierig hoe het zal zijn om uit de kast te zijn in de zendingswereld.


0
0
0
s2sdefault

 

Joke schrijft over haar grootste ergernissen in het christelijke homo-debat. En naast drie ergernissen geeft ze ook drie tips. 'Iemand is niet gelijk helemaal van het padje als ie voor homoseksualiteit is. En iemand anders is niet gelijk stug en onaardig als ie tegen is. Beide kunnen voortkomen uit een oprechte en integere zoektocht naar het goede en de liefde.'

Er moet mij iets van het hart. Zoals het een rechtgeaarde andersgeaarde christen betaamd, volg ik redelijk de discussies in de kerken rond homoseksualiteit. Of nou ja ik volg af en toe iets, tot ik het niet meer trek. Dan wacht ik weer eens een weekje of wat en dan volg ik weer eens iets. En zo gaat dat vrij aardig. Het moment dat ik ‘het niet meer trek’ is als ik een uitspraak lees waar de nuance of de logica ontbreekt. Ik ben namelijk, zo moet u weten, gek op nuance en oeverloos begrip voor elkaar. En dan is het soms zo lastig in het midden, met loyaliteitsconflicten aan alle kanten. Goed, omdat ik hier nu toch een podium heb, als een ware Jan Mulder mijn grootste ergernissen in het christelijke homo-debat aan beide kanten.

1. Je mag het wel zijn, maar niet doen.

Ergens hoop ik dat dit een open deur is: dit kan niet. Keur het af, of keur het goed, en ga er niet tussen in zitten. Ben je ervan overtuigd dat homoseksualiteit fout is, dan is het 10e gebod erg duidelijk: gij zult niet begeren. En wat is homoseksualiteit als ‘zijn’ meer dan het begeren van die (eventuele) zonde? Ook de bergrede is hier heel duidelijk over: zonde begint met het willen van de zonde. Er staat nergens over een willekeurige zonde: o joh, prima als je je buurman in elkaar wil slaan. Je moet het alleen niet doen. Natuurlijk begint, ook als je het als zonde ziet, de oplossing bij het evangelie van acceptatie. Ik mag er zijn, ondanks. Maar dat is een ander verhaal.

2. God heeft mij nou eenmaal zo gemaakt en Hij wil dat ik gelukkig ben.
Nu heb ik overigens sowieso wat moeite met mensen die voor God spreken. Maar dat terzijde. Ik denk dat we als mens juist geen slachtoffer van onze verlangens zijn. We onderscheiden ons van dieren doordat we moreel besef hebben. Oftewel, we kunnen denken: he, ik wil dit, maar het is niet goed. Kom, ik doe het niet. Dat maakt ons mens, volgens mij. Ofwel: he, ik wil mijn buurman in elkaar slaan, laat ik het niet doen, want het is niet goed. Een van de eerste keren dat je dit in de Bijbel tegenkomt is als God Kaïn waarschuwt voordat ie Abel doodmept. Je hart is donker geworden jongen, kom weer naar het licht en doe het niet.

3. Bij twijfel niet doen.

‘Als je twijfelt of homoseksualiteit een zonde is, doe het dan maar niet. Dan zondig je in elk geval niet.’ Een gedachte die ik vaak tegenkom. Dit veronderstelt dat ‘niet doen’ de veiligste optie is als je niet zeker weet of het oké is. Maar is dat zo? Dat betekent dat je als mens en als christen mensen oproept tot een ongelofelijk moeilijke en eenzame taak. Dat betekent dat je afwijzing moet prediken, of je in heel moeilijke bochten moet wringen om dat niet te doen. Dat betekent dat je, als je het mis hebt, mensen misschien wel het mooiste dat God ze wilde geven laat onthouden. Is dat echt de veiligste optie?

Nounou Joke, je bent wel weer lekker op dreef he? Wat mag dan wel volgens jou? Dat zal ik even uitleggen.

1. Gesprek van hart tot hart. Eerlijk zijn over je gevoel en je innerlijke motivaties voor een bepaald standpunt. Daar wordt vervolgens je standpunt ook zuiverder van. Ook eerlijk zijn over je twijfels over je standpunt. Die stem, heel diep van binnen, die me nog wel eens vraagt of ik echt goed bezig ben. Heel belangrijk die serieus te nemen en te ontdekken waarvan uit die spreekt. Uit angst of uit liefde?

2. De hele Bijbel, je eigen geweten, je hele persoon en alles wat je geleerd hebt over goed en kwaad, zonde en liefde mee laten doen in het vraagstuk. Niet alleen die paar teksten. Stel jezelf de vraag: wat zijn kenmerken van liefde, wat van kwaad? Hoe voelt zonde, hoe voelt liefde? En wat is dit dan? Durf op zoek te zijn.

3. Laat elkaar een beetje zoeken en mag dat een beetje ontspannen? Wees niet direct boos. Iemand is niet gelijk helemaal van het padje als ie voor homoseksualiteit is. En iemand anders is niet gelijk stug en onaardig als ie tegen is. Beide kunnen voortkomen uit een oprechte en integere zoektocht naar het goede en de liefde. Vertrouw elkaars intenties een beetje.

Nou, dat wilde ik ff kwijt. Dag!

Gepubliceerd: 16 maart 2016
Joke Drewes

Ik ben een HBO-theologe die meer van vragen dan antwoorden houdt. Geloof in hoop en liefde. Ik houd van lezen, schrijven en gezelligheid en hoop je in deze blog een beetje mee te nemen in mijn leventje!


0
0
0
s2sdefault

 

Frans vertelt over zijn obsessie voor de Bohemian Rhapsody en wat er mis is met hokjes. ‘Persoonlijkheden, karakters, eigenaardigheden, talenten en uitzonderingen – kortom: alles wat ons kleur geeft – worden per definitie tekort gedaan als ze krampachtig in een kastje of in een hokje worden gepropt.’

“Mama, I just killed a man. Put a gun against his head, pulled my trigger, now he’s dead.” Er zijn veel Queen-kenners die beweren dat de Bohemian Rhapsody gaat over de coming out van Freddie Mercury (de zanger van Queen), al zullen we dat nooit zeker weten. De ‘ik’ in de Bohemian Rhapsody heeft iemand vermoord, namelijk de schijnpersoon die hij was totdat hij uit de kast kwam. “Gotta leave you all behind, and face the truth.” Freddie Mercury was voor de hele wereld een held, een ster, een god. Maar in hem schuilde een angst die hem inspireerde tot het componeren van zijn grootste meesterwerk. Iedereen die in de kast zit of heeft gezeten kent die angst: als ik uit de kast kom, dan is de oude ik er niet meer. Dan kijkt niemand meer hetzelfde naar me.

Ik ben al zolang ik me kan herinneren geobsedeerd door de Bohemian Rhapsody. Als klein kind lag ik dubbel om het hoge “Galileo!”. Als tiener zong ik het lied, verkleed als Freddie himself, samen met twee schoolvrienden tijdens een benefietconcert. Snorretje op m’n gezicht getekend, de helft van m’n outfit uit de kast van m’n zus geleend (bizar dat er destijds bij niemand een belletje is gaan rinkelen). Maar vandaag de dag denk ik vooral aan de betekenis achter het briljant gecomponeerde liedje.

Ik deed het zelf, anderhalf jaar geleden. Uit de kast komen. Het tegenovergestelde van waar ik bang voor was gebeurde. Ik vermoordde niemand. Mijn oude ik verdween niet. Die werd juist alleen maar meer zichzelf. Hij werd zelfverzekerder. Hij kreeg een mening en een stem. Hij durfde te gaan twijfelen over grote vragen, met een frisse blik te kijken naar het geloof. Hij ontwikkelde interesses, maakte nieuwe vrienden. En hij werd smoorverliefd.

Mijn angst was dat ik na mijn coming out in een hokje van vooroordelen en stereotyperingen gestopt zou worden. Een hokje waarin ik me helemaal niet thuis zou voelen, waarin ik mezelf niet terug zou herkennen. Die angst bleek – Godzijdank – geheel onterecht.

En toch was die angst wel degelijk ergens op gebaseerd. Ik zie het nog vaak genoeg om me heen gebeuren: alles wat anders is stoppen we in een hokje, zodat het leven overzichtelijk en begrijpelijk blijft. Homo’s hun eigen hokje, christenen hun eigen hokje. Als mensen gaan knoeien met die hokjes, zoals biseksuelen of transgenders, weten we ons geen raad. “Je kunt waarschijnlijk gewoon nog niet kiezen”, zeggen we tegen een biseksueel. “Je kunt toch gewoon in de spiegel kijken?”, tegen iemand die twijfelt over haar genderidentiteit.

Geen mens past in een hokje. Geen mens past in een kast. Persoonlijkheden, karakters, eigenaardigheden, talenten en uitzonderingen – kortom: alles wat ons kleur geeft – worden per definitie tekort gedaan als ze krampachtig in een kastje of in een hokje worden gepropt. Uit die kast breken is niet jezelf vermoorden, het is het tegenovergestelde. Het is beginnen met leven. “Just gotta get out!”, schreeuwt Freddie Mercury aan het slot van de Bohemian Rhapsody. En ik schreeuw met hem mee.

Gepubliceerd: 24 december 2015
Frans Blokhuis

Ik ben 22 jaar en onlangs afgestudeerd als journalist. Ik schrijf, fotografeer en droom ervan de wereld rechtvaardiger te maken met die talenten. Dat messiascomplex zit waarschijnlijk in m’n bloed; ik kom uit een domineesgezin.


0
0
0
s2sdefault

 

Johan Verweij weet met zijn gedichten menig hart te raken. Dit gedicht las hij ook voor tijdens de Oecumenische Roze Viering, afgelopen zondag in de Paradijskerk in Rotterdam. Over kwetsbaarheid, liefde en ontmoeting. 

Als de nacht gevallen is
En het stil wordt om mij heen
Dan beklemmen mij zoveel gedachten
Voel ik me klein en krimp ik vaak ineen

Ik wil niet langer sterk zijn
Dat ben ik al veel te lang geweest
Verstoppertje spelen is nu voorbij
Kwetsbaar wil ik zijn het allermeest

Wil je mij daadwerkelijk kennen
Mijn ik, verborgen diep in mij
Als ik die voorzichtig met jou deel
Kom je dan steeds wat dichterbij

In hoe ik was en wie ik nu ben
En alles van daar tussenin
Zul je het in liefde omarmen
Zelfs al begrijp je het evenmin

Of blijf je slechts op afstand
Ver bij mij vandaan
Bang voor alles dat ik met je deel
Waarin ik heb gefaald, wat mij is aangedaan

Zullen we het samen proberen
Ook al lukt het niet in een dag
Samen zoeken naar de juiste woorden
Niet omdat het moet, maar juist omdat het mag

Waarin we elkaar echt ontmoeten
Ook al kleuren onze dagen haast zwart
Om de pijn te verzachten
En te helen ons gebroken hart

Gepubliceerd: 9 maart 2016
Johan Verweij

Als Johan schrijft, probeert hij de wereld vrolijk en zelfbewust te maken met een tekst die raakt. 


0
0
0
s2sdefault

 

Minke weet inmiddels al een aantal jaar dat ze op vrouwen valt, maar het daten valt haar nog niet mee. Na een aantal frustrerende ervaringen, overweegt ze nu kippen te houden. 

En toen werd mij gevraagd om binnen anderhalve dag een blog te schrijven. Ik houd van schrijven, ik houd een blog bij, maar ik moet een onderwerp hebben. Dat heb ik niet. Verwacht ik ook niet binnen zo’n korte tijd. Toch ga ik de uitdaging aan. Ik bel een vriendin voor inspiratie, maar zij is aan het werk. Dan maar zelf iets verzinnen.

Het is inmiddels zes jaar geleden dat ik eindelijk van binnen besefte dat ik er niet meer om heen kon. Ik val op vrouwen. Het begon met een overweldigend gevoel voor een vriendin. 'Zou wel overgaan' las ik in een boekje. Heb je er op je 18e nog last van? Dan moet je eens met iemand praten. Al die jaren dacht ik dus ook: ’t zal wel overgaan’. Ik kreeg een vriend, maar onze enige activiteit was de Donald Duck op gepaste afstand lezen. Het overweldigende gevoel was er niet, wel het gevoel: ‘kijk mij, ik heb een vriend!’ Een half jaar later ging het uit. Op mijn 18e (toevallig besefte ik mij dit pas afgelopen week), keek ik ineens naar een vrouw. En nee ik keek niet, ik gluurde. Ik schrok van mijzelf. Zou ik dan toch?

Bij mijn ouders thuis had ik een ingebouwde kledingkast. Die kon je van binnenuit dichttrekken, maar je moest wel moeite doen. Als mijn moeder boven kwam en ik mij wilde verstoppen ging ik er wel eens in zitten. Zodra mijn vingers verkrampt waren, ging de deur toch open. Ik schuilde dan nog even weg achter mijn kleding, tot ik dat ook niet meer fijn vond zitten en eruit stapte. Zo leek het nu ook. Mijn ik was verkrampt en de deur ging open. Pas na jaren van gebed en zelfacceptatie stapte ik eruit. Dat luchtte op. Het moeilijkste had ik gehad. Dacht ik.

De volgende stap was aangebroken. Ik ging daten. Er is een spreekwoord dat zegt: ‘Vrouwen, je kunt beter kippen houden’. En dat spreekwoord is er niet voor niks. Tenminste dat denk ik dan. Ik weet namelijk niet hoe het is om kippen te houden, maar ik weet wel hoe het is om te daten.

Zo zijn er vele meiden geweest die spontaan zijn gaan twijfelen aan hun geaardheid nadat zij met mij op date zijn geweest. Maar ook het dilemma van het initiatief. Wie neemt dat nou eigenlijk? Niemand in het geval van mijn dates, waardoor we uiteindelijk in de friend-zone zijn beland. De gedachten en vooral de gevoelens van een vrouw begrijp ik ook niet altijd, waardoor ik er wel eens eentje kwets. En als laatste de woest aantrekkelijke, onbereikbare vrouw. Ik ben inmiddels twee jaar uit de kast en het huisje, boompje, beestje ideaal is nog steeds een ver-van-mijn-bed-show.

Vorige week belde ik een vriendin. Zij was niet aan het werk. Gefrustreerd vertelde ik over vrouwen daten en dat ik soms liever hetero zou zijn (mannen lijken beter te happen). Waarop zij reageerde: 'vrouwen.. kippen..'

Gepubliceerd: 7 december 2015
Minke Velthuis

Ik ben eigenwijs en eet het liefst alleen pizza. Ik beheer een meidenhuis, schenk koffie in een inloophuis, pionier en schrijf blogs op letustalkaboutlove.wordpress.com. Mijn passies zijn schrijven, dromen, bier en survivallen.


0
0
0
s2sdefault

Colofon

© 2018 auteursrechten beschermd

CHJC vereniging van christelijke homo's lesbiennes en biseksuelen
Postbus 14722
1001 LE Amsterdam
IBAN NL55 TRIO 0197746934
t.n.v. CHJC te Goes
Geregistreerd als vereniging bij de Kamer van Koophandel onder nummer 40536702

fotoverantwoording

Volg CHJC op ...

 

web design:

Wij gebruiken 'cookies' voor navigatie en gebruiksgemak. We slaan geen data op van niet-ingelogde bezoekers.